Naar de inhoud

inluiden

letterlijk: met klokgelui verwelkomen

inluiden

werkwoord

Betekenis

  1. letterlijk: met klokgelui verwelkomen
  2. overdrachtelijk: het begin ergens van markeren
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van inluiden

inluidenhele werkwoord — luidde inverleden tijd enkelvoud — luidden inverleden tijd meervoud — ingeluidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik luid in luidde in
jij luidt in luidde in
hij, zij, het luidt in luidde in
wij luiden in luidden in
jullie luiden in luidden in
zij luiden in luidden in
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is ingeluid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeluid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeluid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeluid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeluid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeluid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeluid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeluid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeluid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeluid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeluid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeluid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeluid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeluid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeluid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeluid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeluid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeluid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeluid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeluid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeluid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeluid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeluid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te luiden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen luiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal luiden bijzin, toekomende tijd
in zou luiden bijzin, voorwaardelijk
in zouden luiden bijzin, voorwaardelijk
in zoudt luiden bijzin, voorwaardelijk
in zullen luiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen luiden bijzin, toekomende tijd
in zult luiden bijzin, toekomende tijd
ingeluid verleden tijd, deelwoord
ingeluid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeluid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeluid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeluid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeluid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeluid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeluid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeluid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeluid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeluid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inluid bijzin, tegenwoordige tijd
inluidde bijzin, verleden tijd
inluidden bijzin, verleden tijd
inluidend onvoltooid, deelwoord
inluidt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingeluid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
luid in gebiedende wijs
luidde in verleden tijd
te hebben ingeluid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inluiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren ingeluid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeluid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingeluid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden ingeluid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden ingeluid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingeluid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal ingeluid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeluid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeluid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingeluid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingeluid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inluiden bijzin, toekomende tijd
zijn ingeluid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou ingeluid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeluid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeluid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingeluid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingeluid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inluiden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inluiden in zou(dt) luiden bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeluid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeluid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeluid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeluid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeluid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inluiden bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeluid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inluiden bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeluid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeluid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeluid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeluid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeluid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inluiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inluiden bijzin, toekomende tijd
zult ingeluid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inluiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inluiden bijzin, toekomende tijd
zult/zal inluiden in zult/zal luiden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en luiden ww

Woordfamilie van inluiden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingeluid voltooid deelwoord inluiden
ingeluide woordvorm inluiden
inluid subordinate-clause, tegenwoordige tijd inluiden
inluidde subordinate-clause, verleden tijd inluiden
inluidden subordinate-clause, verleden tijd inluiden
inluide with-subordinate-clause inluiden
inluidend onvoltooid deelwoord inluiden
inluidende woordvorm inluiden
inluidt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inluiden
luid in gebiedende wijs inluiden
luidde in verleden tijd inluiden
luidden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inluiden
luide in woordvorm inluiden
luiden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inluiden
luidt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inluiden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inluiden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inluiden

Wat betekent inluiden?
Inluiden is een werkwoord. Het woord betekent: letterlijk: met klokgelui verwelkomen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je inluiden?
Je vervoegt inluiden als volgt: het voltooid deelwoord is ingeluid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inluiden is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. L 3
  4. U 4
  5. I 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inluiden levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. L 3
  4. U 2
  5. I 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inluiden in het kort

inluiden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van inluiden zijn 78 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inluiden bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inluiden: letterlijk: met klokgelui verwelkomen
Deel inluiden — standaardnederlands.nl