inloggen
werkwoord /ˈɪnlɔɣə(n)/Betekenis
- Verbinding bewerken met een centrale computer via modem of toetsenbord op afstand
Hoe spreek je inloggen uit?
/ˈɪnlɔxən/
Inloggen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| l | land |
| ɔ | bot |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inloggen
inloggenhele werkwoord — logde inverleden tijd enkelvoud — logden inverleden tijd meervoud — ingelogdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | log in | logde in |
| jij | logt in | logde in |
| hij, zij, het | logt in | logde in |
| wij | loggen in | logden in |
| jullie | loggen in | logden in |
| zij | loggen in | logden in |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingelogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingelogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingelogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingelogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingelogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingelogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingelogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingelogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingelogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingelogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingelogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingelogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingelogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingelogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingelogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te loggen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen loggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal loggen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou loggen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden loggen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt loggen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen loggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen loggen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult loggen | bijzin, toekomende tijd |
| ingelogd | verleden tijd, deelwoord |
| ingelogd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingelogd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inlog | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inlogde | bijzin, verleden tijd |
| inlogden | bijzin, verleden tijd |
| inloggend | onvoltooid, deelwoord |
| inlogt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| log in | gebiedende wijs |
| logde in | verleden tijd |
| te hebben ingelogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inloggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ingelogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingelogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingelogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inloggen | bijzin, toekomende tijd |
| zou ingelogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingelogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingelogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inloggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inloggen in zou(dt) loggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingelogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingelogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingelogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inloggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingelogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inloggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingelogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingelogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingelogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inloggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inloggen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingelogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inloggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inloggen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal inloggen in zult/zal loggen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
van Engels log in; op te vatten als samenstelling van in bw en loggen ww
Woordfamilie van inloggen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingelogd | voltooid deelwoord | inloggen |
| inlog | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inloggen |
| inlogde | subordinate-clause, verleden tijd | inloggen |
| inlogden | subordinate-clause, verleden tijd | inloggen |
| inlogge | with-subordinate-clause | inloggen |
| inloggend | onvoltooid deelwoord | inloggen |
| inloggende | woordvorm | inloggen |
| inlogt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inloggen |
| log in | gebiedende wijs | inloggen |
| logde in | verleden tijd | inloggen |
| logden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inloggen |
| logge in | woordvorm | inloggen |
| loggen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inloggen |
| logt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inloggen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inloggen zijn vastgelegd.