inlegzool
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zool die men in een schoen kan leggen, zodat de schoen beter past of de voeten minder stinken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inlegzolen | meervoud |
| inlegzooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| inlegzooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van inleg ww en zool zn
Woordfamilie van inlegzool
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inlegzolen | meervoud | inlegzool |
| inlegzooltje | verkleinwoord | inlegzool |
| inlegzooltjes | verkleinwoord meervoud | inlegzool |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inlegzool zijn vastgelegd.