Naar de inhoud

inladen

een voer- of vaartuig van een lading voorzien

inladen

werkwoord

Betekenis

  1. een voer- of vaartuig van een lading voorzien
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

werkwoord

  1. zichzelf volstoppen (met eten) figuratively, informal

Vervoeging van inladen

inladenhele werkwoord — laadde inverleden tijd enkelvoud — laadden inverleden tijd meervoud — ingeladenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik laad in laadde in
jij laadt in laadde in
hij, zij, het laadt in laadde in
wij laden in laadden in
jullie laden in laadden in
zij laden in laadden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingeladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeladen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeladen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeladen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeladen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeladen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeladen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te laden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen laden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal laden bijzin, toekomende tijd
in zou laden bijzin, voorwaardelijk
in zouden laden bijzin, voorwaardelijk
in zoudt laden bijzin, voorwaardelijk
in zullen laden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen laden bijzin, toekomende tijd
in zult laden bijzin, toekomende tijd
ingeladen verleden tijd, deelwoord
ingeladen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeladen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeladen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeladen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeladen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeladen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeladen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeladen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeladen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeladen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inlaad bijzin, tegenwoordige tijd
inlaadde bijzin, verleden tijd
inlaadden bijzin, verleden tijd
inlaadt bijzin, tegenwoordige tijd
inladend onvoltooid, deelwoord
is ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
laad in gebiedende wijs
laadde in verleden tijd
te hebben ingeladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingeladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingeladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inladen bijzin, toekomende tijd
zijn ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inladen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inladen in zou(dt) laden bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inladen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inladen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingeladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeladen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inladen bijzin, toekomende tijd
zult ingeladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en laden ww

Woordfamilie van inladen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingeladen voltooid deelwoord inladen
inlaad subordinate-clause, tegenwoordige tijd inladen
inlaadde subordinate-clause, verleden tijd inladen
inlaadden subordinate-clause, verleden tijd inladen
inlaadt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inladen
inlade with-subordinate-clause inladen
inladend onvoltooid deelwoord inladen
inladende woordvorm inladen
laad in gebiedende wijs inladen
laadde in verleden tijd inladen
laadden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inladen
laadt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inladen
lade in woordvorm inladen
laden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inladen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inladen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inladen

Wat is de betekenis van inladen?
Inladen is een werkwoord. De betekenis is: een voer- of vaartuig van een lading voorzien. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inladen?
Zo vervoeg je inladen zo: het voltooid deelwoord is ingeladen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inladen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inladen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

inladen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

inladen in het kort

inladen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inladen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inladen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inladen: een voer- of vaartuig van een lading voorzien
Deel inladen — standaardnederlands.nl