inladen
werkwoordBetekenis
- een voer- of vaartuig van een lading voorzien
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
werkwoord
- zichzelf volstoppen (met eten) figuratively, informal
Vervoeging van inladen
inladenhele werkwoord — laadde inverleden tijd enkelvoud — laadden inverleden tijd meervoud — ingeladenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laad in | laadde in |
| jij | laadt in | laadde in |
| hij, zij, het | laadt in | laadde in |
| wij | laden in | laadden in |
| jullie | laden in | laadden in |
| zij | laden in | laadden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingeladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingeladen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingeladen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingeladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingeladen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingeladen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingeladen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingeladen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingeladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te laden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen laden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal laden | bijzin, toekomende tijd |
| in zou laden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden laden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt laden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen laden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen laden | bijzin, toekomende tijd |
| in zult laden | bijzin, toekomende tijd |
| ingeladen | verleden tijd, deelwoord |
| ingeladen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingeladen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingeladen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeladen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeladen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeladen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingeladen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingeladen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingeladen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingeladen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inlaad | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inlaadde | bijzin, verleden tijd |
| inlaadden | bijzin, verleden tijd |
| inlaadt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inladend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laad in | gebiedende wijs |
| laadde in | verleden tijd |
| te hebben ingeladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inladen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inladen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inladen in zou(dt) laden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inladen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inladen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inladen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in bw en laden ww
Woordfamilie van inladen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingeladen | voltooid deelwoord | inladen |
| inlaad | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inladen |
| inlaadde | subordinate-clause, verleden tijd | inladen |
| inlaadden | subordinate-clause, verleden tijd | inladen |
| inlaadt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inladen |
| inlade | with-subordinate-clause | inladen |
| inladend | onvoltooid deelwoord | inladen |
| inladende | woordvorm | inladen |
| laad in | gebiedende wijs | inladen |
| laadde in | verleden tijd | inladen |
| laadden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inladen |
| laadt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inladen |
| lade in | woordvorm | inladen |
| laden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inladen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inladen zijn vastgelegd.