Naar de inhoud

inkwartieren

iemand, gewoonlijk een soldaat, een tijdelijk verblijf toewijzen in andermans woning

inkwartieren

werkwoord

Betekenis

  1. iemand, gewoonlijk een soldaat, een tijdelijk verblijf toewijzen in andermans woning

Vervoeging van inkwartieren

inkwartierenhele werkwoord — kwartierde inverleden tijd enkelvoud — kwartierden inverleden tijd meervoud — ingekwartierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kwartier in kwartierde in
jij kwartiert in kwartierde in
hij, zij, het kwartiert in kwartierde in
wij kwartieren in kwartierden in
jullie kwartieren in kwartierden in
zij kwartieren in kwartierden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingekwartierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingekwartierd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingekwartierd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingekwartierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingekwartierd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingekwartierd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingekwartierd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingekwartierd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingekwartierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingekwartierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingekwartierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingekwartierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingekwartierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingekwartierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingekwartierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekwartierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te kwartieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen kwartieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal kwartieren bijzin, toekomende tijd
in zou kwartieren bijzin, voorwaardelijk
in zouden kwartieren bijzin, voorwaardelijk
in zoudt kwartieren bijzin, voorwaardelijk
in zullen kwartieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen kwartieren bijzin, toekomende tijd
in zult kwartieren bijzin, toekomende tijd
ingekwartierd verleden tijd, deelwoord
ingekwartierd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekwartierd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekwartierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekwartierd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekwartierd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekwartierd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekwartierd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekwartierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekwartierd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekwartierd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inkwartier bijzin, tegenwoordige tijd
inkwartierde bijzin, verleden tijd
inkwartierden bijzin, verleden tijd
inkwartierend onvoltooid, deelwoord
inkwartiert bijzin, tegenwoordige tijd
is ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kwartier in gebiedende wijs
kwartierde in verleden tijd
te hebben ingekwartierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inkwartieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingekwartierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekwartierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingekwartierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekwartierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingekwartierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingekwartierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingekwartierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingekwartierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingekwartierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekwartierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingekwartierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingekwartierd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekwartierd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inkwartieren bijzin, toekomende tijd
zijn ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingekwartierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingekwartierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekwartierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekwartierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekwartierd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekwartierd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekwartierd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inkwartieren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inkwartieren in zou(dt) kwartieren bijzin, voorwaardelijk
zouden ingekwartierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekwartierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekwartierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekwartierd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekwartierd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekwartierd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inkwartieren bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingekwartierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingekwartierd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inkwartieren bijzin, voorwaardelijk
zullen ingekwartierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekwartierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekwartierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingekwartierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekwartierd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekwartierd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekwartierd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inkwartieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inkwartieren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inkwartieren bijzin, toekomende tijd
zult ingekwartierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in en kwartieren

Woordfamilie van inkwartieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingekwartierd voltooid deelwoord inkwartieren
ingekwartierde woordvorm inkwartieren
inkwartier subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkwartieren
inkwartierde subordinate-clause, verleden tijd inkwartieren
inkwartierden subordinate-clause, verleden tijd inkwartieren
inkwartiere with-subordinate-clause inkwartieren
inkwartierend onvoltooid deelwoord inkwartieren
inkwartierende woordvorm inkwartieren
inkwartiert subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkwartieren
kwartier in gebiedende wijs inkwartieren
kwartierde in verleden tijd inkwartieren
kwartierden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inkwartieren
kwartiere in woordvorm inkwartieren
kwartieren in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inkwartieren
kwartiert in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inkwartieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkwartieren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inkwartieren

Wat is de betekenis van inkwartieren?
Inkwartieren is een werkwoord. De betekenis is: iemand, gewoonlijk een soldaat, een tijdelijk verblijf toewijzen in andermans woning.
Hoe vervoeg ik inkwartieren?
Zo vervoeg je inkwartieren zo: het voltooid deelwoord is ingekwartierd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inkwartieren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. K 3
  4. W 5
  5. A 1
  6. R 2
  7. T 2
  8. I 1
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inkwartieren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. K 3
  4. W 5
  5. A 1
  6. R 2
  7. T 2
  8. I 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inkwartieren in het kort

inkwartieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inkwartieren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inkwartieren bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inkwartieren: iemand, gewoonlijk een soldaat, een tijdelijk verblijf toewijzen in andermans woning
Deel inkwartieren — standaardnederlands.nl