inkten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- van inkt voorzien
Vervoeging van inkten
inktenhele werkwoord — inktteverleden tijd enkelvoud — inkttenverleden tijd meervoud — geïnktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | inkt | inktte |
| jij | inkt | inktte |
| hij, zij, het | inkt | inktte |
| wij | inkten | inktten |
| jullie | inkten | inktten |
| zij | inkten | inktten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geïnkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïnkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïnkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïnkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïnkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïnkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïnkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïnkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïnkt | verleden tijd, deelwoord |
| geïnkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïnkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïnkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïnkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïnkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïnkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïnkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïnkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïnkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïnkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïnkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïnkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| inkt | gebiedende wijs |
| inkte | aanvoegende wijs |
| inktend | onvoltooid, deelwoord |
| inktte | verleden tijd |
| te hebben geïnkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te inkten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inkten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geïnkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïnkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inkten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inkten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inkten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geïnkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inkten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inkten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inkten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïnkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inkten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inkten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inkten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïnkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inkten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïnkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inkten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inkten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inkten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inkten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïnkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inkten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord inkt
Herkomst
afgeleid van inkt met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van inkten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïnkt | voltooid deelwoord | inkten |
| geïnkte | woordvorm | inkten |
| inkte | aanvoegende wijs | inkten |
| inktend | onvoltooid deelwoord | inkten |
| inktende | woordvorm | inkten |
| inktte | verleden tijd | inkten |
| inktten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inkten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkten zijn vastgelegd.