Naar de inhoud

inkapselen

door weefsels omsluiten

inkapselen

werkwoord /ˈɪŋkɑpsələ(n)/

Betekenis

  1. door weefsels omsluiten
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je inkapselen uit?

/ˈɪŋkɑpsələn/

Inkapselen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪŋkɑpsələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
ŋ ding
k kat
ɑ bad
p pak
s sok
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inkapselen

inkapselenhele werkwoord — kapselde inverleden tijd enkelvoud — kapselden inverleden tijd meervoud — ingekapseldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kapsel in kapselde in
jij kapselt in kapselde in
hij, zij, het kapselt in kapselde in
wij kapselen in kapselden in
jullie kapselen in kapselden in
zij kapselen in kapselden in
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is ingekapseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingekapseld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingekapseld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingekapseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingekapseld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingekapseld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingekapseld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingekapseld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingekapseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingekapseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingekapseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingekapseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingekapseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingekapseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingekapseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingekapseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekapseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingekapseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekapseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingekapseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingekapseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekapseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekapseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te kapselen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen kapselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal kapselen bijzin, toekomende tijd
in zou kapselen bijzin, voorwaardelijk
in zouden kapselen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt kapselen bijzin, voorwaardelijk
in zullen kapselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen kapselen bijzin, toekomende tijd
in zult kapselen bijzin, toekomende tijd
ingekapseld verleden tijd, deelwoord
ingekapseld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekapseld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekapseld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekapseld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekapseld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekapseld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekapseld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekapseld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekapseld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekapseld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inkapsel bijzin, tegenwoordige tijd
inkapselde bijzin, verleden tijd
inkapselden bijzin, verleden tijd
inkapselend onvoltooid, deelwoord
inkapselt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingekapseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kapsel in gebiedende wijs
kapselde in verleden tijd
te hebben ingekapseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inkapselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren ingekapseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingekapseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingekapseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden ingekapseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden ingekapseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingekapseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal ingekapseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekapseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingekapseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingekapseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingekapseld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inkapselen bijzin, toekomende tijd
zijn ingekapseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou ingekapseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekapseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekapseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingekapseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingekapseld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inkapselen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inkapselen in zou(dt) kapselen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingekapseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekapseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekapseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekapseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekapseld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inkapselen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingekapseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inkapselen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingekapseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekapseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekapseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekapseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekapseld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inkapselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inkapselen bijzin, toekomende tijd
zult ingekapseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inkapselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inkapselen bijzin, toekomende tijd
zult/zal inkapselen in zult/zal kapselen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘insluiten in een omhulsel’ voor het eerst aangetroffen in 1936

Woordfamilie van inkapselen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingekapseld voltooid deelwoord inkapselen
ingekapselde woordvorm inkapselen
inkapsel subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkapselen
inkapselde subordinate-clause, verleden tijd inkapselen
inkapselden subordinate-clause, verleden tijd inkapselen
inkapsele with-subordinate-clause inkapselen
inkapselend onvoltooid deelwoord inkapselen
inkapselende woordvorm inkapselen
inkapselt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkapselen
kapsel in gebiedende wijs inkapselen
kapselde in verleden tijd inkapselen
kapselden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inkapselen
kapsele in woordvorm inkapselen
kapselen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inkapselen
kapselt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inkapselen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkapselen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inkapselen

Hoe spreek je inkapselen uit?
De uitspraak van inkapselen is: /ˈɪŋkɑpsələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent inkapselen?
Inkapselen is een werkwoord. Het woord betekent: door weefsels omsluiten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je inkapselen?
Je vervoegt inkapselen als volgt: het voltooid deelwoord is ingekapseld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inkapselen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. K 3
  4. A 1
  5. P 3
  6. S 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inkapselen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. K 3
  4. A 1
  5. P 4
  6. S 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inkapselen in het kort

inkapselen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van inkapselen zijn 78 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inkapselen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inkapselen: door weefsels omsluiten
Deel inkapselen — standaardnederlands.nl