Naar de inhoud

inhuren

iemand tijdelijk in dienst/iets tijdelijk in gebruik nemen

inhuren

werkwoord ˈɪnhyrə(n)

Betekenis

  1. iemand tijdelijk in dienst/iets tijdelijk in gebruik nemen

Hoe spreek je inhuren uit?

/ˈɪnhyrən/

Inhuren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnhyrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
h hoed
y fuut
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inhuren

inhurenhele werkwoord — huurde inverleden tijd enkelvoud — huurden inverleden tijd meervoud — ingehuurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik huur in huurde in
jij huurt in huurde in
hij, zij, het huurt in huurde in
wij huren in huurden in
jullie huren in huurden in
zij huren in huurden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingehuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingehuurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingehuurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingehuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingehuurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingehuurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingehuurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingehuurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingehuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingehuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingehuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingehuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingehuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingehuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingehuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingehuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
huur in gebiedende wijs
huurde in verleden tijd
in te huren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen huren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal huren bijzin, toekomende tijd
in zou huren bijzin, voorwaardelijk
in zouden huren bijzin, voorwaardelijk
in zoudt huren bijzin, voorwaardelijk
in zullen huren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen huren bijzin, toekomende tijd
in zult huren bijzin, toekomende tijd
ingehuurd verleden tijd, deelwoord
ingehuurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingehuurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingehuurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingehuurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingehuurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingehuurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingehuurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingehuurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingehuurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingehuurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inhurend onvoltooid, deelwoord
inhuur bijzin, tegenwoordige tijd
inhuurde bijzin, verleden tijd
inhuurden bijzin, verleden tijd
inhuurt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingehuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inhuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingehuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingehuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingehuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingehuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingehuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingehuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingehuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingehuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingehuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingehuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingehuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingehuurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingehuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inhuren bijzin, toekomende tijd
zijn ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingehuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingehuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingehuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingehuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingehuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingehuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingehuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inhuren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inhuren in zou(dt) huren bijzin, voorwaardelijk
zouden ingehuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingehuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingehuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingehuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingehuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingehuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inhuren bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingehuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingehuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inhuren bijzin, voorwaardelijk
zullen ingehuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingehuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingehuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingehuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingehuurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingehuurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingehuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inhuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inhuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inhuren bijzin, toekomende tijd
zult ingehuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en huren ww

Woordfamilie van inhuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hure in woordvorm inhuren
huren in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inhuren
huur in gebiedende wijs inhuren
huurde in verleden tijd inhuren
huurden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inhuren
huurt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inhuren
ingehuurd voltooid deelwoord inhuren
ingehuurde woordvorm inhuren
inhure with-subordinate-clause inhuren
inhurend onvoltooid deelwoord inhuren
inhurende woordvorm inhuren
inhuur subordinate-clause, tegenwoordige tijd inhuren
inhuurde subordinate-clause, verleden tijd inhuren
inhuurden subordinate-clause, verleden tijd inhuren
inhuurt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inhuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inhuren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inhuren

Hoe spreek je inhuren uit?
De uitspraak van inhuren is: /ˈɪnhyrə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent inhuren?
Inhuren is een werkwoord. Het woord betekent: iemand tijdelijk in dienst/iets tijdelijk in gebruik nemen.
Hoe vervoeg je inhuren?
Je vervoegt inhuren als volgt: het voltooid deelwoord is ingehuurd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inhuren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. H 4
  4. U 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inhuren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. H 4
  4. U 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

inhuren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

inhuren in het kort

inhuren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inhuren zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inhuren bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inhuren: iemand tijdelijk in dienst/iets tijdelijk in gebruik nemen
Deel inhuren — standaardnederlands.nl