Naar de inhoud

ingroeven

groeven maken in

ingroeven

werkwoord

Betekenis

  1. groeven maken in

Vervoeging van ingroeven

ingroevenhele werkwoord — groefde inverleden tijd enkelvoud — groefden inverleden tijd meervoud — ingegroefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik groef in groefde in
jij groeft in groefde in
hij, zij, het groeft in groefde in
wij groeven in groefden in
jullie groeven in groefden in
zij groeven in groefden in
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
groef in gebiedende wijs
groefde in verleden tijd
had ingegroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingegroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingegroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingegroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingegroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingegroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingegroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingegroefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te groeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen groeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal groeven bijzin, toekomende tijd
in zou groeven bijzin, voorwaardelijk
in zouden groeven bijzin, voorwaardelijk
in zoudt groeven bijzin, voorwaardelijk
in zullen groeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen groeven bijzin, toekomende tijd
in zult groeven bijzin, toekomende tijd
ingegroefd verleden tijd, deelwoord
ingegroefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingegroefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingroef bijzin, tegenwoordige tijd
ingroefde bijzin, verleden tijd
ingroefden bijzin, verleden tijd
ingroeft bijzin, tegenwoordige tijd
ingroevend onvoltooid, deelwoord
te hebben ingegroefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ingroeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ingroeven bijzin, toekomende tijd
zou ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ingroeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) ingroeven in zou(dt) groeven bijzin, voorwaardelijk
zouden ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ingroeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ingroeven bijzin, voorwaardelijk
zullen ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingroeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ingroeven bijzin, toekomende tijd
zult ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ingroeven bijzin, toekomende tijd
zult/zal ingroeven in zult/zal groeven bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van ingraven

Vervoeging van ingroeven

ingroevenhele werkwoord — groefde inverleden tijd enkelvoud — groefden inverleden tijd meervoud — ingegroefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik groef in groefde in
jij groeft in groefde in
hij, zij, het groeft in groefde in
wij groeven in groefden in
jullie groeven in groefden in
zij groeven in groefden in
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
groef in gebiedende wijs
groefde in verleden tijd
had ingegroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingegroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingegroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingegroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingegroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingegroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingegroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingegroefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingegroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te groeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen groeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal groeven bijzin, toekomende tijd
in zou groeven bijzin, voorwaardelijk
in zouden groeven bijzin, voorwaardelijk
in zoudt groeven bijzin, voorwaardelijk
in zullen groeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen groeven bijzin, toekomende tijd
in zult groeven bijzin, toekomende tijd
ingegroefd verleden tijd, deelwoord
ingegroefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingegroefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingroef bijzin, tegenwoordige tijd
ingroefde bijzin, verleden tijd
ingroefden bijzin, verleden tijd
ingroeft bijzin, tegenwoordige tijd
ingroevend onvoltooid, deelwoord
te hebben ingegroefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ingroeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ingroeven bijzin, toekomende tijd
zou ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ingroeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) ingroeven in zou(dt) groeven bijzin, voorwaardelijk
zouden ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ingroeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingegroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ingroeven bijzin, voorwaardelijk
zullen ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingroeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ingroeven bijzin, toekomende tijd
zult ingegroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingroeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ingroeven bijzin, toekomende tijd
zult/zal ingroeven in zult/zal groeven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in en groeven

Woordfamilie van ingroeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
groefde in verleden tijd ingroeven
groefden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ingroeven
groeft in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ingroeven
groeve in woordvorm ingroeven
ingegroefd voltooid deelwoord ingroeven
ingroefde subordinate-clause, verleden tijd ingroeven
ingroefden subordinate-clause, verleden tijd ingroeven
ingroeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd ingroeven
ingroeve with-subordinate-clause ingroeven
ingroevend onvoltooid deelwoord ingroeven
ingroevende woordvorm ingroeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ingroeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ingroeven

Wat is de betekenis van ingroeven?
Ingroeven is een werkwoord. De betekenis is: groeven maken in.
Hoe vervoeg ik ingroeven?
Zo vervoeg je ingroeven zo: het voltooid deelwoord is ingegroefd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ingroeven is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ingroeven levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ingroeven in het kort

ingroeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ingroeven staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ingroeven bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ingroeven: groeven maken in
Deel ingroeven — standaardnederlands.nl