Naar de inhoud

ingeven

in gedachte of bewustzijn brengen

ingeven

werkwoord

Betekenis

  1. in gedachte of bewustzijn brengen

Vervoeging van ingeven

ingevenhele werkwoord — gaf inverleden tijd enkelvoud — gaven inverleden tijd meervoud — ingegevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik geef in gaf in
jij geeft in gaaft in
hij, zij, het geeft in gaf in
wij geven in gaven in
jullie geven in gaven in
zij geven in gaven in
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingegeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingegeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingegeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingegeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingegeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingegeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gaf in verleden tijd
geef in gebiedende wijs
had ingegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te geven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal geven bijzin, toekomende tijd
in zou geven bijzin, voorwaardelijk
in zouden geven bijzin, voorwaardelijk
in zoudt geven bijzin, voorwaardelijk
in zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen geven bijzin, toekomende tijd
in zult geven bijzin, toekomende tijd
ingaaft bijzin, verleden tijd
ingaf bijzin, verleden tijd
ingaven bijzin, verleden tijd
ingeef bijzin, tegenwoordige tijd
ingeeft bijzin, tegenwoordige tijd
ingegeven verleden tijd, deelwoord
ingegeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingegeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingegeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingegeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingegeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingegeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingegeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingegeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingegeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingegeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevend onvoltooid, deelwoord
is ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ingeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ingeven bijzin, toekomende tijd
zijn ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ingeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) ingeven in zou(dt) geven bijzin, voorwaardelijk
zouden ingegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ingeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ingeven bijzin, voorwaardelijk
zullen ingegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingegeven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ingeven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in en geven

Woordfamilie van ingeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gaf in verleden tijd ingeven
gaven in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ingeven
geef in gebiedende wijs ingeven
geeft in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ingeven
geve in woordvorm ingeven
geven in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon ingeven
ingaf subordinate-clause, verleden tijd ingeven
ingeef subordinate-clause, tegenwoordige tijd ingeven
ingeeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd ingeven
ingegeven voltooid deelwoord ingeven
ingeve with-subordinate-clause ingeven
ingevend onvoltooid deelwoord ingeven
ingevende woordvorm ingeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ingeven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ingeven

Wat is de betekenis van ingeven?
Ingeven is een werkwoord. De betekenis is: in gedachte of bewustzijn brengen.
Hoe vervoeg ik ingeven?
Zo vervoeg je ingeven zo: het voltooid deelwoord is ingegeven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ingeven is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ingeven levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

ingeven telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ingeven in het kort

ingeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ingeven staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ingeven bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ingeven: in gedachte of bewustzijn brengen
Deel ingeven — standaardnederlands.nl