infiltreren
werkwoordBetekenis
- langzaam of tersluiks binnendringen
- doorsijpelen, binnendringen
Vervoeging van infiltreren
infiltrerenhele werkwoord — infiltreerdeverleden tijd enkelvoud — infiltreerdenverleden tijd meervoud — geïnfiltreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | infiltreer | infiltreerde |
| jij | infiltreert | infiltreerde |
| hij, zij, het | infiltreert | infiltreerde |
| wij | infiltreren | infiltreerden |
| jullie | infiltreren | infiltreerden |
| zij | infiltreren | infiltreerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben geïnfiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïnfiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïnfiltreerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïnfiltreerd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnfiltreerd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| infiltreer | gebiedende wijs |
| infiltreerde | verleden tijd |
| infiltrere | aanvoegende wijs |
| infiltrerend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïnfiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïnfiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te infiltreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn geïnfiltreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen infiltreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïnfiltreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnfiltreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïnfiltreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnfiltreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïnfiltreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïnfiltreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïnfiltreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal geïnfiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnfiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïnfiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïnfiltreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geïnfiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïnfiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïnfiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïnfiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïnfiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnfiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnfiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïnfiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnfiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnfiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïnfiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïnfiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnfiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnfiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen infiltreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïnfiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult infiltreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘naar binnen siepelen, binnendringen’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van infiltreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïnfiltreerd | voltooid deelwoord | infiltreren |
| geïnfiltreerde | woordvorm | infiltreren |
| infiltreer | gebiedende wijs | infiltreren |
| infiltreerde | verleden tijd | infiltreren |
| infiltreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | infiltreren |
| infiltreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | infiltreren |
| infiltrere | aanvoegende wijs | infiltreren |
| infiltrerend | onvoltooid deelwoord | infiltreren |
| infiltrerende | woordvorm | infiltreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van infiltreren zijn vastgelegd.