infectie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een besmetting van lichaamsweefsel met ziekteverwekkers als bacteriën, virussen, schimmels of parasieten en de daaropvolgende ontstekingsreactie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| infecties | meervoud |
| infectietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| infectietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aansteking’ voor het eerst aangetroffen in 1664
Woordfamilie van infectie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| infecties | meervoud | infectie |
| infectietje | verkleinwoord | infectie |
| infectietjes | verkleinwoord meervoud | infectie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van infectie zijn vastgelegd.