infectiehaard
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de plaats van waaruit een besmettelijke ziekte zich sterk verspreid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| infectiehaarden | meervoud |
| infectiehaardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| infectiehaardjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van infectie en haard
Woordfamilie van infectiehaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| infectiehaarden | meervoud | infectiehaard |
| infectiehaardje | verkleinwoord | infectiehaard |
| infectiehaardjes | verkleinwoord meervoud | infectiehaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van infectiehaard zijn vastgelegd.