indutten
werkwoordBetekenis
- langzaam in slaap vallen voor een korte slaap
Vervoeging van indutten
induttenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van indutten
Vervoeging van indutten
induttenhele werkwoord — dutte inverleden tijd enkelvoud — dutten inverleden tijd meervoud — ingedutvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dut in | dutte in |
| jij | dut in | dutte in |
| hij, zij, het | dut in | dutte in |
| wij | dutten in | dutten in |
| jullie | dutten in | dutten in |
| zij | dutten in | dutten in |
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben ingedut | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingedut | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dut in | gebiedende wijs |
| dutte in | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| in te dutten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen dutten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal dutten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou dutten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden dutten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt dutten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen dutten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen dutten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult dutten | bijzin, toekomende tijd |
| indut | bijzin, tegenwoordige tijd |
| indutte | bijzin, verleden tijd |
| induttend | onvoltooid, deelwoord |
| ingedut | verleden tijd, deelwoord |
| ingedut te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingedut zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is ingedut | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingedut | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn ingedut | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen indutten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingedut | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingedut | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingedut | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingedut | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingedut | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingedut | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingedut | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal indutten | bijzin, toekomende tijd |
| zal ingedut zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingedut zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingedut zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ingedut | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ingedut | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingedut | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingedut | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingedut | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou indutten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ingedut zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingedut zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingedut zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) indutten in zou(dt) dutten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden indutten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingedut zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingedut zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingedut zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt indutten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingedut zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen indutten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen indutten | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ingedut zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingedut zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingedut zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult indutten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult indutten | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingedut zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal indutten in zult/zal dutten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in en dutten
Woordfamilie van indutten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dut in | gebiedende wijs | indutten |
| dutte in | verleden tijd | indutten |
| dutten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | indutten |
| indut | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | indutten |
| indutte | subordinate-clause, verleden tijd | indutten |
| induttend | onvoltooid deelwoord | indutten |
| induttende | woordvorm | indutten |
| ingedut | voltooid deelwoord | indutten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indutten zijn vastgelegd.