Naar de inhoud

industrialiseren

het veranderen van de economie door het vergroten van de nijverheid

industrialiseren

werkwoord

Betekenis

  1. het veranderen van de economie door het vergroten van de nijverheid

Vervoeging van industrialiseren

industrialiserenhele werkwoord — industrialiseerdeverleden tijd enkelvoud — industrialiseerdenverleden tijd meervoud — geïndustrialiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik industrialiseer industrialiseerde
jij industrialiseert industrialiseerde
hij, zij, het industrialiseert industrialiseerde
wij industrialiseren industrialiseerden
jullie industrialiseren industrialiseerden
zij industrialiseren industrialiseerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geïndustrialiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïndustrialiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïndustrialiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïndustrialiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïndustrialiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïndustrialiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïndustrialiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïndustrialiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïndustrialiseerd verleden tijd, deelwoord
geïndustrialiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïndustrialiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïndustrialiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïndustrialiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïndustrialiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïndustrialiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïndustrialiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïndustrialiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïndustrialiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïndustrialiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïndustrialiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïndustrialiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïndustrialiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïndustrialiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïndustrialiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïndustrialiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïndustrialiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
industrialiseer gebiedende wijs
industrialiseerde verleden tijd
industrialisere aanvoegende wijs
industrialiserend onvoltooid, deelwoord
te hebben geïndustrialiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te industrialiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen industrialiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geïndustrialiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïndustrialiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïndustrialiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geïndustrialiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïndustrialiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïndustrialiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïndustrialiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïndustrialiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïndustrialiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïndustrialiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïndustrialiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïndustrialiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïndustrialiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen industrialiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïndustrialiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult industrialiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse industrialiser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van industrialiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïndustrialiseerd voltooid deelwoord industrialiseren
geïndustrialiseerde woordvorm industrialiseren
industrialiseer gebiedende wijs industrialiseren
industrialiseerde verleden tijd industrialiseren
industrialiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon industrialiseren
industrialiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon industrialiseren
industrialisere aanvoegende wijs industrialiseren
industrialiserend onvoltooid deelwoord industrialiseren
industrialiserende woordvorm industrialiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van industrialiseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over industrialiseren

Wat betekent industrialiseren?
Industrialiseren is een werkwoord. Het woord betekent: het veranderen van de economie door het vergroten van de nijverheid.
Hoe vervoeg je industrialiseren?
Je vervoegt industrialiseren als volgt: de tegenwoordige tijd is industrialiseer, de verleden tijd is industrialiseerde en het voltooid deelwoord is geïndustrialiseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord industrialiseren is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. U 4
  5. S 2
  6. T 2
  7. R 2
  8. I 1
  9. A 1
  10. L 3
  11. I 1
  12. S 2
  13. E 1
  14. R 2
  15. E 1
  16. N 1
  17. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

industrialiseren levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. D 2
  4. U 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. R 2
  8. I 2
  9. A 1
  10. L 3
  11. I 2
  12. S 2
  13. E 1
  14. R 2
  15. E 1
  16. N 1
  17. 28 zonder bonus
  18. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

industrialiseren in het kort

industrialiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van industrialiseren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort industrialiseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

industrialiseren: het veranderen van de economie door het vergroten van de nijverheid
Deel industrialiseren — standaardnederlands.nl