indommelen
werkwoordBetekenis
- in een lichte slaap vallen
Vervoeging van indommelen
indommelenhele werkwoord — dommelde inverleden tijd enkelvoud — dommelden inverleden tijd meervoud — ingedommeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dommel in | dommelde in |
| jij | dommelt in | dommelde in |
| hij, zij, het | dommelt in | dommelde in |
| wij | dommelen in | dommelden in |
| jullie | dommelen in | dommelden in |
| zij | dommelen in | dommelden in |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben ingedommeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingedommeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dommel in | gebiedende wijs |
| dommelde in | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| in te dommelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen dommelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal dommelen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou dommelen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden dommelen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt dommelen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen dommelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen dommelen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult dommelen | bijzin, toekomende tijd |
| indommel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| indommelde | bijzin, verleden tijd |
| indommelden | bijzin, verleden tijd |
| indommelend | onvoltooid, deelwoord |
| indommelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ingedommeld | verleden tijd, deelwoord |
| ingedommeld te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingedommeld zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is ingedommeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingedommeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn ingedommeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen indommelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingedommeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingedommeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingedommeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingedommeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingedommeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingedommeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingedommeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal indommelen | bijzin, toekomende tijd |
| zal ingedommeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingedommeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingedommeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ingedommeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ingedommeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingedommeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingedommeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingedommeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou indommelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ingedommeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingedommeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingedommeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) indommelen in zou(dt) dommelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden indommelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingedommeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingedommeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingedommeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt indommelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingedommeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen indommelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen indommelen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ingedommeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingedommeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingedommeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult indommelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult indommelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingedommeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal indommelen in zult/zal dommelen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in bw en dommelen ww
Woordfamilie van indommelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dommel in | gebiedende wijs | indommelen |
| dommelde in | verleden tijd | indommelen |
| dommelden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | indommelen |
| dommele in | woordvorm | indommelen |
| dommelen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | indommelen |
| dommelt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | indommelen |
| indommel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | indommelen |
| indommelde | subordinate-clause, verleden tijd | indommelen |
| indommelden | subordinate-clause, verleden tijd | indommelen |
| indommele | with-subordinate-clause | indommelen |
| indommelend | onvoltooid deelwoord | indommelen |
| indommelende | woordvorm | indommelen |
| indommelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | indommelen |
| ingedommeld | voltooid deelwoord | indommelen |
| ingedommelde | woordvorm | indommelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indommelen zijn vastgelegd.