Naar de inhoud

indienen

een document zoals een aanvraag of protest, afgeven aan een instantie

indienen

werkwoord ˈɪndinə(n)

Betekenis

  1. een document zoals een aanvraag of protest, afgeven aan een instantie
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je indienen uit?

/ˈɪndinən/

Indienen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪndinən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
d dak
i riet
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van indienen

indienenhele werkwoord — diende inverleden tijd enkelvoud — dienden inverleden tijd meervoud — ingediendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dien in diende in
jij dient in diende in
hij, zij, het dient in diende in
wij dienen in dienden in
jullie dienen in dienden in
zij dienen in dienden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dien in gebiedende wijs
diende in verleden tijd
er is ingediend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingediend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingediend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingediend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingediend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingediend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingediend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingediend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingediend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te dienen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen dienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal dienen bijzin, toekomende tijd
in zou dienen bijzin, voorwaardelijk
in zouden dienen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt dienen bijzin, voorwaardelijk
in zullen dienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen dienen bijzin, toekomende tijd
in zult dienen bijzin, toekomende tijd
indien bijzin, tegenwoordige tijd
indiende bijzin, verleden tijd
indienden bijzin, verleden tijd
indienend onvoltooid, deelwoord
indient bijzin, tegenwoordige tijd
ingediend verleden tijd, deelwoord
ingediend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingediend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingediend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingediend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingediend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingediend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingediend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingediend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingediend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingediend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingediend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen indienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal indienen bijzin, toekomende tijd
zal ingediend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingediend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingediend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingediend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingediend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou indienen bijzin, voorwaardelijk
zou ingediend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingediend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingediend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingediend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingediend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingediend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) indienen in zou(dt) dienen bijzin, voorwaardelijk
zouden indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden indienen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingediend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingediend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingediend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingediend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingediend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingediend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt indienen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingediend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingediend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen indienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen indienen bijzin, toekomende tijd
zullen ingediend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingediend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingediend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingediend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingediend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingediend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult indienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en dienen ww

Woordfamilie van indienen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dien in gebiedende wijs indienen
diende in verleden tijd indienen
dienden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon indienen
diene in woordvorm indienen
dienen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon indienen
dient in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon indienen
indiende subordinate-clause, verleden tijd indienen
indienden subordinate-clause, verleden tijd indienen
indiene with-subordinate-clause indienen
indienend onvoltooid deelwoord indienen
indienende woordvorm indienen
indient subordinate-clause, tegenwoordige tijd indienen
ingediend voltooid deelwoord indienen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indienen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over indienen

Hoe spreek je indienen uit?
De uitspraak van indienen is: /ˈɪndinə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent indienen?
Indienen is een werkwoord. Het woord betekent: een document zoals een aanvraag of protest, afgeven aan een instantie. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je indienen?
Je vervoegt indienen als volgt: het voltooid deelwoord is ingediend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord indienen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. I 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

indienen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. D 2
  4. I 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 zonder bonus
  10. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (I) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

indienen in het kort

indienen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van indienen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort indienen bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

indienen: een document zoals een aanvraag of protest, afgeven aan een instantie
Deel indienen — standaardnederlands.nl