Naar de inhoud

indenken

iets van te voren in het plan opnemen

indenken

werkwoord

Betekenis

  1. iets van te voren in het plan opnemen
  2. zich iets ~: begrip kunnen opbrengen voor iets

Vervoeging van indenken

indenkenhele werkwoord — dacht inverleden tijd enkelvoud — dachten inverleden tijd meervoud — ingedachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik denk in dacht in
jij denkt in dacht in
hij, zij, het denkt in dacht in
wij denken in dachten in
jullie denken in dachten in
zij denken in dachten in
Alle 87 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dacht in verleden tijd
denk in gebiedende wijs
denk u/je in, denkt je in gebiedende wijs
ev. gebiedende wijs
had ingedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingedacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te denken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen denken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal denken bijzin, toekomende tijd
in zou denken bijzin, voorwaardelijk
in zouden denken bijzin, voorwaardelijk
in zoudt denken bijzin, voorwaardelijk
in zullen denken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen denken bijzin, toekomende tijd
in zult denken bijzin, toekomende tijd
indacht bijzin, verleden tijd
indachten bijzin, verleden tijd
indenk bijzin, tegenwoordige tijd
indenkend onvoltooid, deelwoord
indenkt bijzin, tegenwoordige tijd
ingedacht verleden tijd, deelwoord
ingedacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingedacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben ingedacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen indenken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal indenken bijzin, toekomende tijd
zal ingedacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingedacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me indenken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich indenken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je indenken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich indenkend onvoltooid, deelwoord
zich ingedacht hebben verleden tijd
zou indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou indenken bijzin, voorwaardelijk
zou ingedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) indenken in zou(dt) denken bijzin, voorwaardelijk
zouden indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden indenken bijzin, voorwaardelijk
zouden ingedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt indenken bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen indenken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen indenken bijzin, toekomende tijd
zullen ingedacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingedacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je indenken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons indenken eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen zich indenken derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult indenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult indenken bijzin, toekomende tijd
zult ingedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult u indenken tweede persoon
zult u indenken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u indenken tweede persoon
zult zich/u indenken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult/zal indenken in zult/zal denken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en denken ww

Woordfamilie van indenken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dacht in verleden tijd indenken
dachten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon indenken
denk in gebiedende wijs indenken
denke in woordvorm indenken
denken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon indenken
denkt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon indenken
indacht subordinate-clause, verleden tijd indenken
indachten subordinate-clause, verleden tijd indenken
indenk subordinate-clause, tegenwoordige tijd indenken
indenke with-subordinate-clause indenken
indenkend onvoltooid deelwoord indenken
indenkende woordvorm indenken
indenkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd indenken
ingedacht voltooid deelwoord indenken
ingedachte woordvorm indenken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indenken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over indenken

Wat is de betekenis van indenken?
Indenken is een werkwoord. De betekenis is: iets van te voren in het plan opnemen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik indenken?
Zo vervoeg je indenken zo: het voltooid deelwoord is ingedacht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord indenken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

indenken levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

indenken in het kort

indenken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van indenken staan er 56 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort indenken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

indenken: iets van te voren in het plan opnemen
Deel indenken — standaardnederlands.nl