Naar de inhoud

indammen

binnen vooraf bepaalde grenzen houden

indammen

werkwoord

Betekenis

  1. binnen vooraf bepaalde grenzen houden

Vervoeging van indammen

indammenhele werkwoord — damde inverleden tijd enkelvoud — damden inverleden tijd meervoud — ingedamdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dam in damde in
jij damt in damde in
hij, zij, het damt in damde in
wij dammen in damden in
jullie dammen in damden in
zij dammen in damden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dam in gebiedende wijs
damde in verleden tijd
er is ingedamd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingedamd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingedamd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingedamd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingedamd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingedamd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingedamd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingedamd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingedamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingedamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingedamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingedamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingedamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te dammen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen dammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal dammen bijzin, toekomende tijd
in zou dammen bijzin, voorwaardelijk
in zouden dammen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt dammen bijzin, voorwaardelijk
in zullen dammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen dammen bijzin, toekomende tijd
in zult dammen bijzin, toekomende tijd
indam bijzin, tegenwoordige tijd
indamde bijzin, verleden tijd
indamden bijzin, verleden tijd
indammend onvoltooid, deelwoord
indamt bijzin, tegenwoordige tijd
ingedamd verleden tijd, deelwoord
ingedamd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingedamd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingedamd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingedamd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingedamd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingedamd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingedamd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingedamd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingedamd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingedamd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingedamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen indammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingedamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingedamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingedamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingedamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal indammen bijzin, toekomende tijd
zal ingedamd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingedamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingedamd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingedamd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingedamd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou indammen bijzin, voorwaardelijk
zou ingedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) indammen in zou(dt) dammen bijzin, voorwaardelijk
zouden indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden indammen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt indammen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen indammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen indammen bijzin, toekomende tijd
zullen ingedamd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingedamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingedamd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingedamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingedamd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingedamd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingedamd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult indammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in en dammen

Woordfamilie van indammen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dam in gebiedende wijs indammen
damde in verleden tijd indammen
damden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon indammen
damme in woordvorm indammen
dammen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon indammen
damt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon indammen
indam subordinate-clause, tegenwoordige tijd indammen
indamde subordinate-clause, verleden tijd indammen
indamden subordinate-clause, verleden tijd indammen
indamme with-subordinate-clause indammen
indammend onvoltooid deelwoord indammen
indammende woordvorm indammen
indamt subordinate-clause, tegenwoordige tijd indammen
ingedamd voltooid deelwoord indammen
ingedamde woordvorm indammen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indammen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over indammen

Wat betekent indammen?
Indammen is een werkwoord. Het woord betekent: binnen vooraf bepaalde grenzen houden.
Hoe vervoeg je indammen?
Je vervoegt indammen als volgt: het voltooid deelwoord is ingedamd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord indammen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. A 1
  5. M 3
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

indammen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. D 2
  4. A 1
  5. M 3
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

indammen in het kort

indammen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van indammen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort indammen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

indammen: binnen vooraf bepaalde grenzen houden
Deel indammen — standaardnederlands.nl