incorporeren
werkwoordBetekenis
- inlijven bij
- opnemen in iets
Vervoeging van incorporeren
incorporerenhele werkwoord — incorporeerdeverleden tijd enkelvoud — incorporeerdenverleden tijd meervoud — geïncorporeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | incorporeer | incorporeerde |
| jij | incorporeert | incorporeerde |
| hij, zij, het | incorporeert | incorporeerde |
| wij | incorporeren | incorporeerden |
| jullie | incorporeren | incorporeerden |
| zij | incorporeren | incorporeerden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïncorporeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïncorporeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïncorporeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïncorporeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïncorporeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïncorporeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïncorporeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïncorporeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïncorporeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïncorporeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïncorporeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïncorporeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïncorporeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïncorporeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïncorporeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïncorporeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïncorporeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïncorporeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïncorporeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïncorporeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| incorporeer | gebiedende wijs |
| incorporeerde | verleden tijd |
| incorporere | aanvoegende wijs |
| incorporerend | onvoltooid, deelwoord |
| inkorporeren | |
| is geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïncorporeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te incorporeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen incorporeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïncorporeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïncorporeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïncorporeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïncorporeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïncorporeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïncorporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïncorporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïncorporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïncorporeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïncorporeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïncorporeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïncorporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïncorporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïncorporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïncorporeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïncorporeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïncorporeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïncorporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïncorporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïncorporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïncorporeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïncorporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïncorporeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïncorporeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïncorporeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïncorporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïncorporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïncorporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen incorporeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïncorporeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïncorporeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïncorporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult incorporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse incorporer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van incorporeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïncorporeerd | voltooid deelwoord | incorporeren |
| geïncorporeerde | woordvorm | incorporeren |
| incorporeer | gebiedende wijs | incorporeren |
| incorporeerde | verleden tijd | incorporeren |
| incorporeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | incorporeren |
| incorporeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | incorporeren |
| incorporere | aanvoegende wijs | incorporeren |
| incorporerend | onvoltooid deelwoord | incorporeren |
| incorporerende | woordvorm | incorporeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van incorporeren zijn vastgelegd.