Naar de inhoud

incorporeren

inlijven bij

incorporeren

werkwoord

Betekenis

  1. inlijven bij
  2. opnemen in iets

Vervoeging van incorporeren

incorporerenhele werkwoord — incorporeerdeverleden tijd enkelvoud — incorporeerdenverleden tijd meervoud — geïncorporeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik incorporeer incorporeerde
jij incorporeert incorporeerde
hij, zij, het incorporeert incorporeerde
wij incorporeren incorporeerden
jullie incorporeren incorporeerden
zij incorporeren incorporeerden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïncorporeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïncorporeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïncorporeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïncorporeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïncorporeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïncorporeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïncorporeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïncorporeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïncorporeerd verleden tijd, deelwoord
geïncorporeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïncorporeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïncorporeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïncorporeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïncorporeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïncorporeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïncorporeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïncorporeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïncorporeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïncorporeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïncorporeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
incorporeer gebiedende wijs
incorporeerde verleden tijd
incorporere aanvoegende wijs
incorporerend onvoltooid, deelwoord
inkorporeren
is geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïncorporeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te incorporeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen incorporeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïncorporeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïncorporeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïncorporeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïncorporeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïncorporeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïncorporeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïncorporeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïncorporeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïncorporeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïncorporeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïncorporeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïncorporeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïncorporeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïncorporeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïncorporeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïncorporeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïncorporeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïncorporeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïncorporeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïncorporeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïncorporeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïncorporeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïncorporeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïncorporeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïncorporeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïncorporeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïncorporeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïncorporeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen incorporeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïncorporeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïncorporeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïncorporeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult incorporeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse incorporer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van incorporeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïncorporeerd voltooid deelwoord incorporeren
geïncorporeerde woordvorm incorporeren
incorporeer gebiedende wijs incorporeren
incorporeerde verleden tijd incorporeren
incorporeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon incorporeren
incorporeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon incorporeren
incorporere aanvoegende wijs incorporeren
incorporerend onvoltooid deelwoord incorporeren
incorporerende woordvorm incorporeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van incorporeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over incorporeren

Wat betekent incorporeren?
Incorporeren is een werkwoord. Het woord betekent: inlijven bij. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je incorporeren?
Je vervoegt incorporeren als volgt: de tegenwoordige tijd is incorporeer, de verleden tijd is incorporeerde en het voltooid deelwoord is geïncorporeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord incorporeren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. C 5
  4. O 1
  5. R 2
  6. P 3
  7. O 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

incorporeren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. C 5
  4. O 1
  5. R 2
  6. P 4
  7. O 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

incorporeren in het kort

incorporeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van incorporeren zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort incorporeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

incorporeren: inlijven bij
Deel incorporeren — standaardnederlands.nl