Naar de inhoud

inclineren

tenderen, overhellen, neigen

inclineren

werkwoord

Betekenis

  1. tenderen, overhellen, neigen

Vervoeging van inclineren

inclinerenhele werkwoord — inclineerdeverleden tijd enkelvoud — inclineerdenverleden tijd meervoud — geïnclineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik inclineer inclineerde
jij inclineert inclineerde
hij, zij, het inclineert inclineerde
wij inclineren inclineerden
jullie inclineren inclineerden
zij inclineren inclineerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geïnclineerd verleden tijd, deelwoord
geïnclineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnclineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnclineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnclineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnclineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnclineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnclineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnclineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnclineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnclineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnclineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnclineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnclineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnclineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnclineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnclineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnclineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
inclineer gebiedende wijs
inclineerde verleden tijd
inclinere aanvoegende wijs
inclinerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geïnclineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te inclineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inclineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geïnclineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnclineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnclineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inclineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inclineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inclineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geïnclineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnclineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnclineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inclineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inclineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inclineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnclineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnclineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnclineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inclineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inclineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inclineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnclineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inclineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnclineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnclineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnclineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inclineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inclineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inclineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inclineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnclineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inclineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse incliner (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van inclineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnclineerd voltooid deelwoord inclineren
geïnclineerde woordvorm inclineren
inclineer gebiedende wijs inclineren
inclineerde verleden tijd inclineren
inclineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inclineren
inclineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inclineren
inclinere aanvoegende wijs inclineren
inclinerend onvoltooid deelwoord inclineren
inclinerende woordvorm inclineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inclineren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over inclineren

Wat betekent inclineren?
Inclineren is een werkwoord. Het woord betekent: tenderen, overhellen, neigen.
Hoe vervoeg je inclineren?
Je vervoegt inclineren als volgt: de tegenwoordige tijd is inclineer, de verleden tijd is inclineerde en het voltooid deelwoord is geïnclineerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inclineren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. C 5
  4. L 3
  5. I 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inclineren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. C 5
  4. L 3
  5. I 2
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inclineren in het kort

inclineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inclineren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inclineren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inclineren: tenderen, overhellen, neigen
Deel inclineren — standaardnederlands.nl