Naar de inhoud

inbranden

beschadigd raken door te lange blootstelling aan hitte, straling of bijtende stoffen

inbranden

werkwoord

Betekenis

  1. beschadigd raken door te lange blootstelling aan hitte, straling of bijtende stoffen
  2. beschadigd raken door het te lang vertonen van hetzelfde beeld
  3. gebruiksklaar maken door blootstelling aan hitte, straling of bijtende stoffen
  4. met een brandijzer merken

Vervoeging van inbranden

inbrandenhele werkwoord — brandde inverleden tijd enkelvoud — brandden inverleden tijd meervoud — ingebrandvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik brand in brandde in
jij brandt in brandde in
hij, zij, het brandt in brandde in
wij branden in brandden in
jullie branden in brandden in
zij branden in brandden in
Alle 118 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben ingebrand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingebrand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
brand in gebiedende wijs
brandde in verleden tijd
er is ingebrand impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was ingebrand impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd ingebrand impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt ingebrand impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal ingebrand worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal ingebrand zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou ingebrand worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou ingebrand zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben ingebrand actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
in te branden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen branden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal branden bijzin, toekomende tijd
in zou branden bijzin, voorwaardelijk
in zouden branden bijzin, voorwaardelijk
in zoudt branden bijzin, voorwaardelijk
in zullen branden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen branden bijzin, toekomende tijd
in zult branden bijzin, toekomende tijd
inbrand bijzin, tegenwoordige tijd
inbrandde bijzin, verleden tijd
inbrandden bijzin, verleden tijd
inbrandend onvoltooid, deelwoord
inbrandt bijzin, tegenwoordige tijd
ingebrand verleden tijd, deelwoord
ingebrand te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingebrand te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingebrand te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebrand te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebrand te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebrand worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingebrand zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingebrand zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingebrand zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingebrand zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is ingebrand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingebrand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben/zijn ingebrand actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inbranden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingebrand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingebrand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingebrand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingebrand voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingebrand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingebrand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingebrand voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingebrand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingebrand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingebrand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingebrand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingebrand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingebrand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingebrand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingebrand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingebrand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingebrand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingebrand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingebrand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingebrand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inbranden bijzin, toekomende tijd
zal ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingebrand zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebrand zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ingebrand actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingebrand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingebrand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingebrand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingebrand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inbranden bijzin, voorwaardelijk
zou ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebrand zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebrand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebrand zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) inbranden in zou(dt) branden bijzin, voorwaardelijk
zouden inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inbranden bijzin, voorwaardelijk
zouden ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingebrand zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingebrand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingebrand zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inbranden bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingebrand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen inbranden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inbranden bijzin, toekomende tijd
zullen ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingebrand zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingebrand zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingebrand zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult inbranden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inbranden bijzin, toekomende tijd
zult ingebrand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingebrand zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal inbranden in zult/zal branden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en branden ww

Woordfamilie van inbranden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
brand in gebiedende wijs inbranden
brandde in verleden tijd inbranden
brandden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inbranden
brande in woordvorm inbranden
branden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inbranden
brandt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inbranden
inbrand subordinate-clause, tegenwoordige tijd inbranden
inbrandde subordinate-clause, verleden tijd inbranden
inbrandden subordinate-clause, verleden tijd inbranden
inbrande with-subordinate-clause inbranden
inbrandend onvoltooid deelwoord inbranden
inbrandende woordvorm inbranden
inbrandt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inbranden
ingebrand voltooid deelwoord inbranden
ingebrande woordvorm inbranden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inbranden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inbranden

Wat betekent inbranden?
Inbranden is een werkwoord. Het woord betekent: beschadigd raken door te lange blootstelling aan hitte, straling of bijtende stoffen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je inbranden?
Je vervoegt inbranden als volgt: het voltooid deelwoord is ingebrand. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inbranden is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. B 3
  4. R 2
  5. A 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inbranden levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. B 4
  4. R 2
  5. A 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inbranden in het kort

inbranden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van inbranden zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inbranden bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inbranden: beschadigd raken door te lange blootstelling aan hitte, straling of bijtende stoffen
Deel inbranden — standaardnederlands.nl