inbedden
werkwoord /ˈɪmbɛdə(n)/Betekenis
- een plaats geven als onderdeel
- een goed beklede plaats geven
Hoe spreek je inbedden uit?
/ˈɪmbɛdən/
Inbedden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| m | maan |
| b | bak |
| ɛ | bed |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inbedden
inbeddenhele werkwoord — bedde inverleden tijd enkelvoud — bedden inverleden tijd meervoud — ingebedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bed in | bedde in |
| jij | bedt in | bedde in |
| hij, zij, het | bedt in | bedde in |
| wij | bedden in | bedden in |
| jullie | bedden in | bedden in |
| zij | bedden in | bedden in |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bed in | gebiedende wijs |
| bedde in | verleden tijd |
| ben ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingebed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingebed | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingebed | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingebed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingebed worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingebed zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingebed worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingebed zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingebed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingebed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingebed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingebed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingebed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te bedden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen bedden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal bedden | bijzin, toekomende tijd |
| in zou bedden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden bedden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt bedden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen bedden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen bedden | bijzin, toekomende tijd |
| in zult bedden | bijzin, toekomende tijd |
| inbed | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inbedde | bijzin, verleden tijd |
| inbeddend | onvoltooid, deelwoord |
| inbedt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ingebed | verleden tijd, deelwoord |
| ingebed te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingebed te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingebed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebed te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebed te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebed worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingebed zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingebed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingebed zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingebed zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingebed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inbedden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingebed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingebed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingebed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingebed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inbedden | bijzin, toekomende tijd |
| zal ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingebed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inbedden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) inbedden in zou(dt) bedden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inbedden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inbedden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen inbedden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inbedden | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingebed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingebed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingebed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inbedden | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van inbedden
Vervoeging van inbedden
inbeddenhele werkwoord — bedde inverleden tijd enkelvoud — bedden inverleden tijd meervoud — ingebedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bed in | bedde in |
| jij | bedt in | bedde in |
| hij, zij, het | bedt in | bedde in |
| wij | bedden in | bedden in |
| jullie | bedden in | bedden in |
| zij | bedden in | bedden in |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bed in | gebiedende wijs |
| bedde in | verleden tijd |
| ben ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingebed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingebed | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingebed | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingebed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingebed worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingebed zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingebed worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingebed zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingebed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingebed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingebed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingebed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingebed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te bedden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen bedden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal bedden | bijzin, toekomende tijd |
| in zou bedden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden bedden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt bedden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen bedden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen bedden | bijzin, toekomende tijd |
| in zult bedden | bijzin, toekomende tijd |
| inbed | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inbedde | bijzin, verleden tijd |
| inbeddend | onvoltooid, deelwoord |
| inbedt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ingebed | verleden tijd, deelwoord |
| ingebed te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingebed te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingebed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebed te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebed te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebed worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingebed zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingebed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingebed zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingebed zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingebed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inbedden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingebed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingebed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingebed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingebed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingebed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingebed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingebed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inbedden | bijzin, toekomende tijd |
| zal ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingebed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingebed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inbedden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) inbedden in zou(dt) bedden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inbedden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inbedden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingebed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingebed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen inbedden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inbedden | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingebed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingebed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingebed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingebed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingebed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult inbedden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inbedden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in bw en bedden ww
Woordfamilie van inbedden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bed in | gebiedende wijs | inbedden |
| bedde in | verleden tijd | inbedden |
| bedden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inbedden |
| bedt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inbedden |
| inbed | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inbedden |
| inbedde | subordinate-clause, verleden tijd | inbedden |
| inbeddend | onvoltooid deelwoord | inbedden |
| inbeddende | woordvorm | inbedden |
| inbedt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inbedden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inbedden zijn vastgelegd.