Naar de inhoud

inbedden

een plaats geven als onderdeel

inbedden

werkwoord /ˈɪmbɛdə(n)/

Betekenis

  1. een plaats geven als onderdeel
  2. een goed beklede plaats geven

Hoe spreek je inbedden uit?

/ˈɪmbɛdən/

Inbedden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪmbɛdən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
m maan
b bak
ɛ bed
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inbedden

inbeddenhele werkwoord — bedde inverleden tijd enkelvoud — bedden inverleden tijd meervoud — ingebedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bed in bedde in
jij bedt in bedde in
hij, zij, het bedt in bedde in
wij bedden in bedden in
jullie bedden in bedden in
zij bedden in bedden in
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bed in gebiedende wijs
bedde in verleden tijd
ben ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingebed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingebed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingebed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingebed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingebed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingebed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingebed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingebed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingebed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingebed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingebed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingebed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingebed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te bedden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen bedden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal bedden bijzin, toekomende tijd
in zou bedden bijzin, voorwaardelijk
in zouden bedden bijzin, voorwaardelijk
in zoudt bedden bijzin, voorwaardelijk
in zullen bedden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen bedden bijzin, toekomende tijd
in zult bedden bijzin, toekomende tijd
inbed bijzin, tegenwoordige tijd
inbedde bijzin, verleden tijd
inbeddend onvoltooid, deelwoord
inbedt bijzin, tegenwoordige tijd
ingebed verleden tijd, deelwoord
ingebed te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingebed te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingebed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebed te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebed te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebed worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingebed zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingebed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingebed zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingebed zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingebed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inbedden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingebed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingebed voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingebed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingebed voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inbedden bijzin, toekomende tijd
zal ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingebed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inbedden bijzin, voorwaardelijk
zou ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) inbedden in zou(dt) bedden bijzin, voorwaardelijk
zouden inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inbedden bijzin, voorwaardelijk
zouden ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inbedden bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen inbedden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inbedden bijzin, toekomende tijd
zullen ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingebed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingebed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingebed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inbedden bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van inbedden

Vervoeging van inbedden

inbeddenhele werkwoord — bedde inverleden tijd enkelvoud — bedden inverleden tijd meervoud — ingebedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bed in bedde in
jij bedt in bedde in
hij, zij, het bedt in bedde in
wij bedden in bedden in
jullie bedden in bedden in
zij bedden in bedden in
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bed in gebiedende wijs
bedde in verleden tijd
ben ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingebed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingebed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingebed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingebed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingebed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingebed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingebed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingebed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingebed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingebed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingebed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingebed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingebed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te bedden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen bedden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal bedden bijzin, toekomende tijd
in zou bedden bijzin, voorwaardelijk
in zouden bedden bijzin, voorwaardelijk
in zoudt bedden bijzin, voorwaardelijk
in zullen bedden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen bedden bijzin, toekomende tijd
in zult bedden bijzin, toekomende tijd
inbed bijzin, tegenwoordige tijd
inbedde bijzin, verleden tijd
inbeddend onvoltooid, deelwoord
inbedt bijzin, tegenwoordige tijd
ingebed verleden tijd, deelwoord
ingebed te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingebed te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingebed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebed te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebed te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebed worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingebed zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingebed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingebed zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingebed zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingebed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inbedden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingebed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingebed voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingebed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingebed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingebed voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingebed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingebed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inbedden bijzin, toekomende tijd
zal ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingebed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingebed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inbedden bijzin, voorwaardelijk
zou ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) inbedden in zou(dt) bedden bijzin, voorwaardelijk
zouden inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inbedden bijzin, voorwaardelijk
zouden ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inbedden bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingebed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingebed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen inbedden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inbedden bijzin, toekomende tijd
zullen ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingebed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingebed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingebed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingebed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingebed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult inbedden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inbedden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en bedden ww

Woordfamilie van inbedden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bed in gebiedende wijs inbedden
bedde in verleden tijd inbedden
bedden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inbedden
bedt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inbedden
inbed subordinate-clause, tegenwoordige tijd inbedden
inbedde subordinate-clause, verleden tijd inbedden
inbeddend onvoltooid deelwoord inbedden
inbeddende woordvorm inbedden
inbedt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inbedden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inbedden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inbedden

Hoe spreek ik inbedden uit?
Zo spreek je inbedden uit: /ˈɪmbɛdə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inbedden?
Inbedden is een werkwoord. De betekenis is: een plaats geven als onderdeel. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inbedden?
Zo vervoeg je inbedden zo: het voltooid deelwoord is ingebed. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inbedden is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. B 3
  4. E 1
  5. D 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inbedden levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. B 4
  4. E 1
  5. D 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inbedden in het kort

inbedden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inbedden staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inbedden bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inbedden: een plaats geven als onderdeel
Deel inbedden — standaardnederlands.nl