Naar de inhoud

inbakeren

een zuigeling geheel in windselen inwikkelen

inbakeren

werkwoord

Betekenis

  1. een zuigeling geheel in windselen inwikkelen

Vervoeging van inbakeren

inbakerenhele werkwoord — bakerde inverleden tijd enkelvoud — bakerden inverleden tijd meervoud — ingebakerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik baker in bakerde in
jij bakert in bakerde in
hij, zij, het bakert in bakerde in
wij bakeren in bakerden in
jullie bakeren in bakerden in
zij bakeren in bakerden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
baker in gebiedende wijs
bakerde in verleden tijd
ben ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingebakerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingebakerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingebakerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingebakerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingebakerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingebakerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingebakerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingebakerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingebakerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingebakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingebakerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingebakerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingebakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingebakerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingebakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingebakerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te bakeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen bakeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal bakeren bijzin, toekomende tijd
in zou bakeren bijzin, voorwaardelijk
in zouden bakeren bijzin, voorwaardelijk
in zoudt bakeren bijzin, voorwaardelijk
in zullen bakeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen bakeren bijzin, toekomende tijd
in zult bakeren bijzin, toekomende tijd
inbaker bijzin, tegenwoordige tijd
inbakerde bijzin, verleden tijd
inbakerden bijzin, verleden tijd
inbakerend onvoltooid, deelwoord
inbakert bijzin, tegenwoordige tijd
ingebakerd verleden tijd, deelwoord
ingebakerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingebakerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingebakerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebakerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebakerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebakerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingebakerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingebakerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingebakerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingebakerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingebakerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inbakeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingebakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingebakerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingebakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingebakerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingebakerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingebakerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingebakerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingebakerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inbakeren bijzin, toekomende tijd
zal ingebakerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebakerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingebakerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingebakerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebakerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingebakerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inbakeren bijzin, voorwaardelijk
zou ingebakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) inbakeren in zou(dt) bakeren bijzin, voorwaardelijk
zouden inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inbakeren bijzin, voorwaardelijk
zouden ingebakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingebakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingebakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingebakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingebakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingebakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inbakeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingebakerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingebakerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen inbakeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inbakeren bijzin, toekomende tijd
zullen ingebakerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingebakerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingebakerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingebakerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingebakerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingebakerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingebakerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult inbakeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in en bakeren

Woordfamilie van inbakeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
baker in gebiedende wijs inbakeren
bakerde in verleden tijd inbakeren
bakerden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inbakeren
bakere in woordvorm inbakeren
bakeren in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inbakeren
bakert in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inbakeren
inbaker subordinate-clause, tegenwoordige tijd inbakeren
inbakerde subordinate-clause, verleden tijd inbakeren
inbakerden subordinate-clause, verleden tijd inbakeren
inbakere with-subordinate-clause inbakeren
inbakerend onvoltooid deelwoord inbakeren
inbakerende woordvorm inbakeren
inbakert subordinate-clause, tegenwoordige tijd inbakeren
ingebakerd voltooid deelwoord inbakeren
ingebakerde woordvorm inbakeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inbakeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inbakeren

Wat is de betekenis van inbakeren?
Inbakeren is een werkwoord. De betekenis is: een zuigeling geheel in windselen inwikkelen.
Hoe vervoeg ik inbakeren?
Zo vervoeg je inbakeren zo: het voltooid deelwoord is ingebakerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inbakeren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. B 3
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inbakeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. B 4
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inbakeren in het kort

inbakeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inbakeren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inbakeren bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inbakeren: een zuigeling geheel in windselen inwikkelen
Deel inbakeren — standaardnederlands.nl