Naar de inhoud

impliceren

stilzwijgend ten gevolge hebben

impliceren

werkwoord

Betekenis

  1. stilzwijgend ten gevolge hebben

Vervoeging van impliceren

implicerenhele werkwoord — impliceerdeverleden tijd enkelvoud — impliceerdenverleden tijd meervoud — geïmpliceerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik impliceer impliceerde
jij impliceert impliceerde
hij, zij, het impliceert impliceerde
wij impliceren impliceerden
jullie impliceren impliceerden
zij impliceren impliceerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geïmpliceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïmpliceerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïmpliceerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïmpliceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïmpliceerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïmpliceerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïmpliceerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïmpliceerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïmpliceerd verleden tijd, deelwoord
geïmpliceerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïmpliceerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïmpliceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïmpliceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïmpliceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïmpliceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïmpliceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïmpliceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïmpliceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïmpliceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïmpliceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïmpliceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïmpliceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïmpliceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïmpliceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïmpliceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïmpliceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
impliceer gebiedende wijs
impliceerde verleden tijd
implicere aanvoegende wijs
implicerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geïmpliceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te impliceren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen impliceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geïmpliceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïmpliceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïmpliceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal impliceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal impliceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal impliceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geïmpliceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïmpliceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïmpliceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou impliceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou impliceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou impliceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïmpliceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïmpliceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïmpliceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden impliceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden impliceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden impliceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïmpliceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt impliceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïmpliceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïmpliceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïmpliceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen impliceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen impliceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen impliceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen impliceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïmpliceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult impliceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘omvatten’ voor het eerst aangetroffen in 1594

Woordfamilie van impliceren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
impliceer gebiedende wijs impliceren
impliceerde verleden tijd impliceren
impliceerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon impliceren
impliceert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon impliceren
implicere aanvoegende wijs impliceren
implicerend onvoltooid deelwoord impliceren
implicerende woordvorm impliceren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van impliceren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over impliceren

Wat is de betekenis van impliceren?
Impliceren is een werkwoord. De betekenis is: stilzwijgend ten gevolge hebben.
Hoe vervoeg ik impliceren?
Zo vervoeg je impliceren zo: de tegenwoordige tijd is impliceer, de verleden tijd is impliceerde en het voltooid deelwoord is geïmpliceerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord impliceren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. M 3
  3. P 3
  4. L 3
  5. I 1
  6. C 5
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

impliceren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. M 3
  3. P 4
  4. L 3
  5. I 2
  6. C 5
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

impliceren in het kort

impliceren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van impliceren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort impliceren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

impliceren: stilzwijgend ten gevolge hebben
Deel impliceren — standaardnederlands.nl