implementeren
werkwoordBetekenis
- tot uitvoering brengen
- installeren, testen en in gebruik nemen van apparatuur, informatiesysteem, programmatuur en/of procedures, plannen, ideeën, standaards of beleid in een organisatie
Vervoeging van implementeren
implementerenhele werkwoord — implementeerdeverleden tijd enkelvoud — implementeerdenverleden tijd meervoud — geïmplementeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | implementeer | implementeerde |
| jij | implementeert | implementeerde |
| hij, zij, het | implementeert | implementeerde |
| wij | implementeren | implementeerden |
| jullie | implementeren | implementeerden |
| zij | implementeren | implementeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïmplementeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïmplementeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïmplementeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïmplementeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïmplementeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïmplementeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïmplementeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïmplementeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïmplementeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïmplementeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïmplementeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïmplementeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïmplementeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïmplementeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïmplementeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïmplementeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïmplementeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïmplementeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïmplementeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïmplementeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| implementeer | gebiedende wijs |
| implementeerde | verleden tijd |
| implementere | aanvoegende wijs |
| implementerend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïmplementeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te implementeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen implementeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïmplementeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïmplementeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïmplementeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïmplementeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïmplementeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïmplementeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïmplementeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïmplementeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïmplementeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïmplementeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïmplementeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïmplementeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïmplementeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïmplementeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïmplementeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïmplementeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïmplementeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïmplementeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïmplementeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïmplementeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïmplementeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïmplementeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïmplementeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïmplementeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïmplementeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïmplementeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïmplementeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïmplementeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen implementeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïmplementeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïmplementeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïmplementeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult implementeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘verwezenlijken’ voor het eerst aangetroffen in 1983
Woordfamilie van implementeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïmplementeerd | voltooid deelwoord | implementeren |
| geïmplementeerde | woordvorm | implementeren |
| implementeer | gebiedende wijs | implementeren |
| implementeerde | verleden tijd | implementeren |
| implementeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | implementeren |
| implementeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | implementeren |
| implementere | aanvoegende wijs | implementeren |
| implementerend | onvoltooid deelwoord | implementeren |
| implementerende | woordvorm | implementeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van implementeren zijn vastgelegd.