imperator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eretitel voor Romeins opperbevelhebber
- gebieder, aanvoerder, hoofd
- (opperbevelhebber|opper)bevelhebber
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| imperatoren | meervoud |
| imperators | meervoud |
| imperatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| imperatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘opperbevelhebber’ voor het eerst aangetroffen in 1575
Woordfamilie van imperator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| imperatoren | meervoud | imperator |
| imperators | meervoud | imperator |
| imperatortje | verkleinwoord | imperator |
| imperatortjes | verkleinwoord meervoud | imperator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van imperator zijn vastgelegd.