iep
zelfstandig naamwoord ipBetekenis
- een loofboomsoort uit het geslacht Ulmus met veernervige bladeren en een gezaagde bladrand
Hoe spreek je iep uit?
/ip/
Iep bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| i | riet |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een geslacht Ulmus van loofbomen, met veernervige bladeren en een gezaagde of dubbelgezaagde bladrand
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| iepen | meervoud |
| iepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| iepjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘loofboom’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567
Woordfamilie van iep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| iepje | verkleinwoord | iep |
| iepjes | verkleinwoord meervoud | iep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van iep zijn vastgelegd.