griep
zelfstandig naamwoord /ɣrip/Betekenis
- mestvork (- greep)
Hoe spreek je griep uit?
/xrip/
Griep bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| i | riet |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een virusziekte die jaarlijks vele mensen ziek maakt en die voor ouderen gevaarlijk kan zijn
- mestvork (-> greep)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| griepen | meervoud |
| griepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| griepjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘influenza’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1873
Woordfamilie van griep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| griepen | meervoud | griep |
| griepje | verkleinwoord | griep |
| griepjes | verkleinwoord meervoud | griep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van griep zijn vastgelegd.