idealiseren
werkwoordBetekenis
- iets gunstiger of zelfs als ideaal beoordelen
Vervoeging van idealiseren
idealiserenhele werkwoord — idealiseerdeverleden tijd enkelvoud — idealiseerdenverleden tijd meervoud — geïdealiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | idealiseer | idealiseerde |
| jij | idealiseert | idealiseerde |
| hij, zij, het | idealiseert | idealiseerde |
| wij | idealiseren | idealiseerden |
| jullie | idealiseren | idealiseerden |
| zij | idealiseren | idealiseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïdealiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïdealiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïdealiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïdealiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïdealiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïdealiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïdealiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïdealiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïdealiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïdealiseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïdealiseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïdealiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïdealiseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïdealiseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïdealiseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïdealiseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïdealiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïdealiseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïdealiseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïdealiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| idealiseer | gebiedende wijs |
| idealiseerde | verleden tijd |
| idealisere | aanvoegende wijs |
| idealiserend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïdealiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te idealiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen idealiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïdealiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïdealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïdealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïdealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïdealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïdealiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïdealiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïdealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïdealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïdealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïdealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïdealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïdealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïdealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïdealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïdealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïdealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïdealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïdealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïdealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïdealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïdealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïdealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïdealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïdealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïdealiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïdealiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïdealiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen idealiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïdealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïdealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïdealiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult idealiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse idéaliser (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van idealiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïdealiseerd | voltooid deelwoord | idealiseren |
| geïdealiseerde | woordvorm | idealiseren |
| idealiseer | gebiedende wijs | idealiseren |
| idealiseerde | verleden tijd | idealiseren |
| idealiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | idealiseren |
| idealiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | idealiseren |
| idealisere | aanvoegende wijs | idealiseren |
| idealiserend | onvoltooid deelwoord | idealiseren |
| idealiserende | woordvorm | idealiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van idealiseren zijn vastgelegd.