hyperventileren
werkwoordBetekenis
- door te veelvuldig ademhalen het koolzuurgehalte van het bloed dusdanig ontregelen dat men duizelig wordt
Vervoeging van hyperventileren
hyperventilerenhele werkwoord — hyperventileerdeverleden tijd enkelvoud — hyperventileerdenverleden tijd meervoud — gehyperventileerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hyperventileer | hyperventileerde |
| jij | hyperventileert | hyperventileerde |
| hij, zij, het | hyperventileert | hyperventileerde |
| wij | hyperventileren | hyperventileerden |
| jullie | hyperventileren | hyperventileerden |
| zij | hyperventileren | hyperventileerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gehyperventileerd | verleden tijd, deelwoord |
| gehyperventileerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehyperventileerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehyperventileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehyperventileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehyperventileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehyperventileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehyperventileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehyperventileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehyperventileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehyperventileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehyperventileerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehyperventileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehyperventileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehyperventileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehyperventileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehyperventileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehyperventileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hyperventileer | gebiedende wijs |
| hyperventileerde | verleden tijd |
| hyperventilere | aanvoegende wijs |
| hyperventilerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gehyperventileerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hyperventileren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hyperventileren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gehyperventileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehyperventileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehyperventileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gehyperventileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehyperventileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehyperventileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehyperventileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehyperventileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehyperventileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehyperventileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehyperventileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehyperventileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehyperventileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hyperventileren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehyperventileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hyperventileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van ventileren met het voorvoegsel hyper-
Woordfamilie van hyperventileren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehyperventileerd | voltooid deelwoord | hyperventileren |
| hyperventileer | gebiedende wijs | hyperventileren |
| hyperventileerde | verleden tijd | hyperventileren |
| hyperventileerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hyperventileren |
| hyperventileert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hyperventileren |
| hyperventilere | aanvoegende wijs | hyperventileren |
| hyperventilerend | onvoltooid deelwoord | hyperventileren |
| hyperventilerende | woordvorm | hyperventileren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hyperventileren zijn vastgelegd.