Naar de inhoud

hydrateren

proces waarbij een materiaal water opneemt

hydrateren

werkwoord

Betekenis

  1. proces waarbij een materiaal water opneemt

Vervoeging van hydrateren

hydraterenhele werkwoord — hydrateerdeverleden tijd enkelvoud — hydrateerdenverleden tijd meervoud — gehydrateerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hydrateer hydrateerde
jij hydrateert hydrateerde
hij, zij, het hydrateert hydrateerde
wij hydrateren hydrateerden
jullie hydrateren hydrateerden
zij hydrateren hydrateerden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gehydrateerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehydrateerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehydrateerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehydrateerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehydrateerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehydrateerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehydrateerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehydrateerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehydrateerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehydrateerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehydrateerd verleden tijd, deelwoord
gehydrateerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehydrateerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehydrateerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehydrateerd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehydrateerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehydrateerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehydrateerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehydrateerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehydrateerd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehydrateerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hydrateer gebiedende wijs
hydrateerde verleden tijd
hydratere aanvoegende wijs
hydraterend onvoltooid, deelwoord
is gehydrateerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehydrateerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hydrateren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gehydrateerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hydrateren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehydrateerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehydrateerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehydrateerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehydrateerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehydrateerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehydrateerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehydrateerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehydrateerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehydrateerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehydrateerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehydrateerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gehydrateerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gehydrateerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehydrateerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehydrateerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehydrateerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehydrateerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehydrateerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehydrateerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehydrateerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehydrateerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehydrateerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehydrateerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehydrateerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehydrateerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehydrateerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hydrateren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehydrateerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehydrateerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hydrateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van hydrateren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehydrateerd voltooid deelwoord hydrateren
gehydrateerde woordvorm hydrateren
hydrateer gebiedende wijs hydrateren
hydrateerde verleden tijd hydrateren
hydrateerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hydrateren
hydrateert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hydrateren
hydratere aanvoegende wijs hydrateren
hydraterend onvoltooid deelwoord hydrateren
hydraterende woordvorm hydrateren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hydrateren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over hydrateren

Wat is de betekenis van hydrateren?
Hydrateren is een werkwoord. De betekenis is: proces waarbij een materiaal water opneemt.
Hoe vervoeg ik hydrateren?
Zo vervoeg je hydrateren zo: de tegenwoordige tijd is hydrateer, de verleden tijd is hydrateerde en het voltooid deelwoord is gehydrateerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hydrateren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. Y 8
  3. D 2
  4. R 2
  5. A 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hydrateren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 120 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. Y 8
  3. D 2
  4. R 2
  5. A 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 120 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Y) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hydrateren in het kort

hydrateren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van hydrateren staan er 60 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hydrateren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hydrateren: proces waarbij een materiaal water opneemt
Deel hydrateren — standaardnederlands.nl