huwelijkspartner
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een getrouwd persoon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huwelijkspartners | meervoud |
| huwelijkspartnertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huwelijkspartnertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huwelijk en partner met het invoegsel -s-
Woordfamilie van huwelijkspartner
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huwelijkspartners | meervoud | huwelijkspartner |
| huwelijkspartnertje | verkleinwoord | huwelijkspartner |
| huwelijkspartnertjes | verkleinwoord meervoud | huwelijkspartner |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huwelijkspartner zijn vastgelegd.