Naar de inhoud

hullen

zich ~ in: zich trachten te verbergen in iets

hullen is meer dan één woord

hullen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. zich ~ in: zich trachten te verbergen in iets
  2. zich ~ in: zich kleden in iets

Vervoeging van hullen

hullenhele werkwoord — huldeverleden tijd enkelvoud — huldenverleden tijd meervoud — gehuldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hul hulde
jij hult hulde
hij, zij, het hult hulde
wij hullen hulden
jullie hullen hulden
zij hullen hulden
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehuld verleden tijd, deelwoord
gehuld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehuld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehuld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hul gebiedende wijs
hul me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
hul u/je , hult je gebiedende wijs
hulde verleden tijd
hulde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
hulde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
hulde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
hulde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hulde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
hulde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
hulde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hulden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hulden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
hulden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
hulle aanvoegende wijs
hulle zich aanvoegende wijs
hullen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
hullen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
hullen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
hullend onvoltooid, deelwoord
hult je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
hult u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
hult u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
hult zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
hult zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
hult zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
te hebben gehuld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hullen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hullen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehuld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehuld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me hullen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich hullen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je hullen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gehuld hebben verleden tijd
zich hullend onvoltooid, deelwoord
zou gehuld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehuld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehuld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehuld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehuld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehuld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hullen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen je hullen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons hullen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen zich hullen derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult gehuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult u hullen tweede persoon
zult u hullen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u hullen tweede persoon
zult zich/u hullen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hul

Herkomst

In de betekenis van ‘wikkelen in’ voor het eerst aangetroffen in 1330

Woordfamilie van hullen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hulden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hullen
hulle aanvoegende wijs hullen
hullend onvoltooid deelwoord hullen
hullende woordvorm hullen
hult aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hullen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hullen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over hullen

Wat is de betekenis van hullen?
Hullen is een werkwoord. De betekenis is: zich ~ in: zich trachten te verbergen in iets. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik hullen?
Zo vervoeg je hullen zo: de tegenwoordige tijd is hul, de verleden tijd is hulde en het voltooid deelwoord is gehuld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hullen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. U 4
  3. L 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hullen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. U 2
  3. L 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hullen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

hullen in het kort

hullen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van hullen staan er 60 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hullen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hullen: zich ~ in: zich trachten te verbergen in iets
Deel hullen — standaardnederlands.nl