hullen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- zich ~ in: zich trachten te verbergen in iets
- zich ~ in: zich kleden in iets
Vervoeging van hullen
hullenhele werkwoord — huldeverleden tijd enkelvoud — huldenverleden tijd meervoud — gehuldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hul | hulde |
| jij | hult | hulde |
| hij, zij, het | hult | hulde |
| wij | hullen | hulden |
| jullie | hullen | hulden |
| zij | hullen | hulden |
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gehuld | verleden tijd, deelwoord |
| gehuld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehuld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehuld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehuld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehuld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehuld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehuld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehuld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehuld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehuld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehuld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehuld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehuld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehuld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehuld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehuld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehuld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hul | gebiedende wijs |
| hul me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| hul u/je , hult je | gebiedende wijs |
| hulde | verleden tijd |
| hulde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| hulde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| hulde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| hulde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| hulde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| hulde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| hulde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| hulden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| hulden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| hulden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| hulle | aanvoegende wijs |
| hulle zich | aanvoegende wijs |
| hullen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| hullen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| hullen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| hullend | onvoltooid, deelwoord |
| hult je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| hult u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| hult u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| hult zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| hult zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| hult zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| te hebben gehuld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hullen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hullen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gehuld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehuld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehuld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hullen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hullen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hullen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal me hullen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich hullen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je hullen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich gehuld hebben | verleden tijd |
| zich hullend | onvoltooid, deelwoord |
| zou gehuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehuld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hullen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehuld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehuld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehuld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hullen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hullen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hullen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hullen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen je hullen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons hullen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich hullen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult gehuld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hullen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult u hullen | tweede persoon |
| zult u hullen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u hullen | tweede persoon |
| zult zich/u hullen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord hul
Herkomst
In de betekenis van ‘wikkelen in’ voor het eerst aangetroffen in 1330
Woordfamilie van hullen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hulden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hullen |
| hulle | aanvoegende wijs | hullen |
| hullend | onvoltooid deelwoord | hullen |
| hullende | woordvorm | hullen |
| hult | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hullen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hullen zijn vastgelegd.