hosanna
zelfstandig naamwoord /hoˈsɑna/Betekenis
- oorspronkelijk roep om heil (in Ps. 118, de laatste psalm van het halleel), geworden tot juichkreet (5× in NT)
Hoe spreek je hosanna uit?
/hoˈsɑna/
Hosanna bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hosanna's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘tussenwerpsel: heil’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van hosanna
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hosanna's | meervoud | hosanna |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hosanna zijn vastgelegd.