hor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een raamwerk met gaas dat voor een open deur of venster wordt geplaatst om vliegende insecten te weren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| horren | meervoud |
| horretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| horretjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘gaas voor raam tegen insecten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Woordfamilie van hor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| horren | meervoud | hor |
| horretje | verkleinwoord | hor |
| horretjes | verkleinwoord meervoud | hor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hor zijn vastgelegd.