enveloppe
zelfstandig naamwoord ˌɑ̃vəˈlɔp(ə)Betekenis
- een papieren omslag voor brieven
Hoe spreek je enveloppe uit?
/ˌɑvəˈlɔpə/
Enveloppe bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| v | vis |
| ə | de |
| l | land |
| ɔ | bot |
| p | pak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- papieren omslag voor brieven
- totaalbedrag voor een bepaald doel beschikbaar gesteld aan een ontvanger die daarbinnen zelf de precieze besteding kan bepalen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| enveloppen | meervoud |
| enveloppetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| enveloppetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Frans enveloppe, in de betekenis van ‘briefomslag’ aangetroffen vanaf 1817
Woordfamilie van enveloppe
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| enveloppen | meervoud | enveloppe |
| enveloppetje | verkleinwoord | enveloppe |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van enveloppe zijn vastgelegd.