hoos
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- sterk wervelende wind met soms een slurf
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoosjes | verkleinwoord, meervoud |
| hozen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hozen
- gebiedende wijs van hozen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hozen
Vervoeging van hoos
hooshele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘wervelwind als een slurf’ voor het eerst aangetroffen in 1610
Woordfamilie van hoos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoosje | verkleinwoord | hoos |
| hoosjes | verkleinwoord meervoud | hoos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoos zijn vastgelegd.