Naar de inhoud

homologeren

bekrachtigen, goedkeuren

homologeren

werkwoord

Betekenis

  1. bekrachtigen, goedkeuren

Vervoeging van homologeren

homologerenhele werkwoord — homologeerdeverleden tijd enkelvoud — homologeerdenverleden tijd meervoud — gehomologeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik homologeer homologeerde
jij homologeert homologeerde
hij, zij, het homologeert homologeerde
wij homologeren homologeerden
jullie homologeren homologeerden
zij homologeren homologeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehomologeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehomologeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehomologeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehomologeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehomologeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehomologeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehomologeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehomologeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehomologeerd verleden tijd, deelwoord
gehomologeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehomologeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehomologeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehomologeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehomologeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehomologeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehomologeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehomologeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehomologeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehomologeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehomologeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehomologeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehomologeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehomologeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehomologeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehomologeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehomologeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehomologeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
homologeer gebiedende wijs
homologeerde verleden tijd
homologere aanvoegende wijs
homologerend onvoltooid, deelwoord
is gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gehomologeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te homologeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen homologeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehomologeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehomologeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehomologeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehomologeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehomologeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehomologeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehomologeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehomologeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehomologeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehomologeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehomologeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehomologeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehomologeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal homologeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal homologeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal homologeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehomologeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehomologeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehomologeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehomologeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehomologeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehomologeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehomologeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou homologeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou homologeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou homologeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehomologeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehomologeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehomologeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehomologeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehomologeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehomologeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden homologeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden homologeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden homologeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehomologeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehomologeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt homologeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehomologeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehomologeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehomologeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehomologeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehomologeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehomologeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen homologeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen homologeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen homologeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen homologeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehomologeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehomologeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehomologeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult homologeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse homologuer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van homologeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehomologeerd voltooid deelwoord homologeren
homologeer gebiedende wijs homologeren
homologeerde verleden tijd homologeren
homologeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon homologeren
homologeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon homologeren
homologerend onvoltooid deelwoord homologeren
homologerende woordvorm homologeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van homologeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over homologeren

Wat is de betekenis van homologeren?
Homologeren is een werkwoord. De betekenis is: bekrachtigen, goedkeuren.
Hoe vervoeg ik homologeren?
Zo vervoeg je homologeren zo: de tegenwoordige tijd is homologeer, de verleden tijd is homologeerde en het voltooid deelwoord is gehomologeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord homologeren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. O 1
  3. M 3
  4. O 1
  5. L 3
  6. O 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

homologeren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. O 1
  3. M 3
  4. O 1
  5. L 3
  6. O 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

homologeren in het kort

homologeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van homologeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort homologeren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

homologeren: bekrachtigen, goedkeuren
Deel homologeren — standaardnederlands.nl