homogeniseren
werkwoordBetekenis
- homogeen maken
Vervoeging van homogeniseren
homogeniserenhele werkwoord — homogeniseerdeverleden tijd enkelvoud — homogeniseerdenverleden tijd meervoud — gehomogeniseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | homogeniseer | homogeniseerde |
| jij | homogeniseert | homogeniseerde |
| hij, zij, het | homogeniseert | homogeniseerde |
| wij | homogeniseren | homogeniseerden |
| jullie | homogeniseren | homogeniseerden |
| zij | homogeniseren | homogeniseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gehomogeniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gehomogeniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gehomogeniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gehomogeniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gehomogeniseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gehomogeniseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gehomogeniseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gehomogeniseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehomogeniseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gehomogeniseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehomogeniseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehomogeniseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehomogeniseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehomogeniseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehomogeniseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehomogeniseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehomogeniseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehomogeniseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehomogeniseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehomogeniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| homogeniseer | gebiedende wijs |
| homogeniseerde | verleden tijd |
| homogenisere | aanvoegende wijs |
| homogeniserend | onvoltooid, deelwoord |
| is gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gehomogeniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te homogeniseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen homogeniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gehomogeniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gehomogeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gehomogeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehomogeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehomogeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gehomogeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehomogeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gehomogeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gehomogeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehomogeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehomogeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehomogeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehomogeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehomogeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehomogeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehomogeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehomogeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehomogeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehomogeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehomogeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehomogeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehomogeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehomogeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehomogeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehomogeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehomogeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehomogeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehomogeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen homogeniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehomogeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehomogeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehomogeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult homogeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van homogeen met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van homogeniseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehomogeniseerd | voltooid deelwoord | homogeniseren |
| gehomogeniseerde | woordvorm | homogeniseren |
| homogeniseer | gebiedende wijs | homogeniseren |
| homogeniseerde | verleden tijd | homogeniseren |
| homogeniseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | homogeniseren |
| homogeniseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | homogeniseren |
| homogenisere | aanvoegende wijs | homogeniseren |
| homogeniserend | onvoltooid deelwoord | homogeniseren |
| homogeniserende | woordvorm | homogeniseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van homogeniseren zijn vastgelegd.