Naar de inhoud

hokken

ongehuwd samenwonen

hokken is meer dan één woord

hokken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. ongehuwd samenwonen
  2. in een hok stoppen, bij elkaar blijven, samenscholen

Vervoeging van hokken

hokkenhele werkwoord — hokteverleden tijd enkelvoud — hoktenverleden tijd meervoud — gehoktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hok hokte
jij hokt hokte
hij, zij, het hokt hokte
wij hokken hokten
jullie hokken hokten
zij hokken hokten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehokt verleden tijd, deelwoord
gehokt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehokt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hok gebiedende wijs
hokke aanvoegende wijs
hokkend onvoltooid, deelwoord
hokte verleden tijd
te hebben gehokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hokken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hok

Woordfamilie van hokken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehokt voltooid deelwoord hokken
hokke aanvoegende wijs hokken
hokkend onvoltooid deelwoord hokken
hokkende woordvorm hokken
hokt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hokken
hokte verleden tijd hokken
hokten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hokken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hokken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hokken

Wat is de betekenis van hokken?
Hokken is een werkwoord. De betekenis is: ongehuwd samenwonen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik hokken?
Zo vervoeg je hokken zo: de tegenwoordige tijd is hok, de verleden tijd is hokte en het voltooid deelwoord is gehokt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hokken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. O 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hokken levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. O 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hokken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

hokken in het kort

hokken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van hokken staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hokken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hokken: ongehuwd samenwonen
Deel hokken — standaardnederlands.nl