hofhond
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de waakhond die een gebouw of boerderij bewaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hofhonden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hof zn en hond zn
Woordfamilie van hofhond
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hofhonden | meervoud | hofhond |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hofhond zijn vastgelegd.