hofje
zelfstandig naamwoord ˈhɔfjəBetekenis
- een deels besloten leefgemeenschap bedoeld voor behoeftigen, meestal bestaande uit een aantal huisjes rond een parkje
- een omheinde ruimte bedoeld om in te tuinieren
Hoe spreek je hofje uit?
/ˈhɔfjə/
Hofje bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- alleen verkleinwoord deels besloten leefgemeenschap bedoeld voor behoeftigen, meestal bestaande uit een aantal huisjes rond een parkje
Woordvorm
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord hof
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hofjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
afgeleid van hof zn met het achtervoegsel -je