hoffelijkheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- belleefdheid, galanterie, vriendelijkheid.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoffelijkheden | meervoud |
| hoffelijkheidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoffelijkheidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van hoffelijk met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van hoffelijkheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoffelijkheden | meervoud | hoffelijkheid |
| hoffelijkheidje | verkleinwoord | hoffelijkheid |
| hoffelijkheidjes | verkleinwoord meervoud | hoffelijkheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoffelijkheid zijn vastgelegd.