hoffelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- beleefdheid, beschaafdheid
- tweede betekenisomschrijving
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoffelijke | verbogen, stellende trap |
| hoffelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| hoffelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| hoffelijkers | partitief, vergrotende trap |
| hoffelijks | partitief, stellende trap |
| hoffelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| hoffelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afleiding van hof met het achtervoegsel -lijk en met het invoegsel -e-
Woordfamilie van hoffelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoffelijke | verbogen vorm | hoffelijk |
| hoffelijker | vergrotende trap | hoffelijk |
| hoffelijkere | verbogen vergrotende trap | hoffelijk |
| hoffelijkers | partitieve vergrotende trap | hoffelijk |
| hoffelijks | partitive, positive | hoffelijk |
| hoffelijkst | uninflected, superlative | hoffelijk |
| hoffelijkste | inflected, superlative | hoffelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoffelijk zijn vastgelegd.