Naar de inhoud

hoereren

zich tegen betaling voor seksuele diensten aanbieden

hoereren

werkwoord

Betekenis

  1. zich tegen betaling voor seksuele diensten aanbieden
  2. zich als een hoer gedragen

Vervoeging van hoereren

hoererenhele werkwoord — hoereerdeverleden tijd enkelvoud — hoereerdenverleden tijd meervoud — gehoereerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hoereer hoereerde
jij hoereert hoereerde
hij, zij, het hoereert hoereerde
wij hoereren hoereerden
jullie hoereren hoereerden
zij hoereren hoereerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehoereerd verleden tijd, deelwoord
gehoereerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehoereerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehoereerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehoereerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehoereerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehoereerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehoereerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehoereerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehoereerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehoereerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoereerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehoereerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoereerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehoereerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehoereerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoereerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoereerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hoereer gebiedende wijs
hoereerde verleden tijd
hoerere aanvoegende wijs
hoererend onvoltooid, deelwoord
te hebben gehoereerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hoereren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hoereren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehoereerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehoereerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehoereerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hoereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hoereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hoereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehoereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehoereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehoereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hoereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hoereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hoereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehoereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehoereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehoereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hoereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hoereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hoereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehoereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hoereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehoereerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehoereerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehoereerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hoereren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hoereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hoereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hoereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehoereerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hoereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van hoer met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van hoereren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehoereerd voltooid deelwoord hoereren
hoereer gebiedende wijs hoereren
hoereerde verleden tijd hoereren
hoereerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hoereren
hoereert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hoereren
hoerere aanvoegende wijs hoereren
hoererend onvoltooid deelwoord hoereren
hoererende woordvorm hoereren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoereren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hoereren

Wat is de betekenis van hoereren?
Hoereren is een werkwoord. De betekenis is: zich tegen betaling voor seksuele diensten aanbieden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik hoereren?
Zo vervoeg je hoereren zo: de tegenwoordige tijd is hoereer, de verleden tijd is hoereerde en het voltooid deelwoord is gehoereerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hoereren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hoereren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hoereren in het kort

hoereren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van hoereren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hoereren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hoereren: zich tegen betaling voor seksuele diensten aanbieden
Deel hoereren — standaardnederlands.nl