hoelahoep
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een ringvormig voorwerp gebruikt door kinderen om rond hun middel rond te draaien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoelahoepen | meervoud |
| hoelahoepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoelahoepjes | verkleinwoord, meervoud |
| hoelahoeps | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hoelahoepen
- gebiedende wijs van hoelahoepen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hoelahoepen
Vervoeging van hoelahoep
hoelahoephele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hoepelspel’ voor het eerst aangetroffen in 1958
Woordfamilie van hoelahoep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoelahoepje | verkleinwoord | hoelahoep |
| hoelahoepjes | verkleinwoord meervoud | hoelahoep |
| hoelahoeps | meervoud | hoelahoep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoelahoep zijn vastgelegd.