hobby
zelfstandig naamwoord, werkwoord /hɔbi/Betekenis
- een liefhebberij of bezigheid ter ontspanning voor in de vrije tijd
- vrijetijdsbesteding
- hobby
Hoe spreek je hobby uit?
/hɔbi/
Hobby bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| b | bak |
| i | riet |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hobby's | meervoud |
| hobby'tje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hobby'tjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hobbyen
- gebiedende wijs van hobbyen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hobbyen
Vervoeging van hobby
hobbyhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘liefhebberij’ voor het eerst aangetroffen in 1896
Woordfamilie van hobby
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hobby's | meervoud | hobby |
| hobby'tje | verkleinwoord | hobby |
| hobby'tjes | verkleinwoord meervoud | hobby |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hobby zijn vastgelegd.