hobbyboer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die als hobby wat boert
- iemand die boeren niet als werk ziet, maar als vrijetijdsbesteding
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hobbyboeren | meervoud |
| hobbyboertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hobbyboertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hobby en boer
Woordfamilie van hobbyboer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hobbyboeren | meervoud | hobbyboer |
| hobbyboertje | verkleinwoord | hobbyboer |
| hobbyboertjes | verkleinwoord meervoud | hobbyboer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hobbyboer zijn vastgelegd.