hinniken
werkwoordBetekenis
- het geluid van een paard voortbrengen
Vervoeging van hinniken
hinnikenhele werkwoord — hinnikteverleden tijd enkelvoud — hinniktenverleden tijd meervoud — gehinniktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hinnik | hinnikte |
| jij | hinnikt | hinnikte |
| hij, zij, het | hinnikt | hinnikte |
| wij | hinniken | hinnikten |
| jullie | hinniken | hinnikten |
| zij | hinniken | hinnikten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gehinnikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gehinnikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gehinnikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gehinnikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gehinnikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gehinnikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gehinnikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gehinnikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehinnikt | verleden tijd, deelwoord |
| gehinnikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehinnikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehinnikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehinnikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehinnikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehinnikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehinnikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehinnikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehinnikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehinnikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehinnikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehinnikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehinnikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehinnikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehinnikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehinnikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehinnikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hinnik | gebiedende wijs |
| hinnike | aanvoegende wijs |
| hinnikend | onvoltooid, deelwoord |
| hinnikte | verleden tijd |
| te hebben gehinnikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hinniken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hinniken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gehinnikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehinnikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehinnikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gehinnikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehinnikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehinnikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehinnikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehinnikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehinnikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehinnikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehinnikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehinnikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehinnikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hinniken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehinnikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hinniken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘het natuurlijke geluid van paarden maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1630
Woordfamilie van hinniken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehinnikt | voltooid deelwoord | hinniken |
| hinnik | gebiedende wijs | hinniken |
| hinnike | aanvoegende wijs | hinniken |
| hinnikt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hinniken |
| hinnikte | verleden tijd | hinniken |
| hinnikten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hinniken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hinniken zijn vastgelegd.